momg lj4

1 / 25
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Wat moet je weten over schoonmaken?
schoonmaakroute/routing
schoonmaak- /reinigingsniveau
schoonmaakfrequentie
schoonmaakmaterialen
vuil soorten


Slide 2 - Slide

schoonmaakroute of routing
- van boven naar beneden
- van schoon naar vuil
- van buiten naar binnen
- van droog naar nat

Slide 3 - Slide

Geef een voorbeeld van je eigen kamer als je aan de schoonmaakroute "van boven naar beneden" denkt.
Wat doe je eerst en wat doe je als laatst?

Slide 4 - Open question

wat wordt er bedoeld met de routing "van droog naar nat"
A
eerst stofzuigen, dan moppen
B
eerst wassen, dan drogen
C
je begint bij het plafond en dan de vloer
D
je let op veiligheid en ergonomie

Slide 5 - Quiz

Welk reiningsniveau zie je hier?

Slide 6 - Open question

reiningsniveau
Ruwschoon: Alleen het ergste vuil wordt weggehaald (bijv. afval weggooien en vegen)
Huishoudelijk schoon: Op 1,5 meter mag geen vuil meer te zien zijn (bijv. klamvochtig reinigen en stofzuigen)
Smetschoon: Op 0,5 meter mag geen vuil meer te zien zijn (bijv. desinfecteren van een tandarts ruimte)

Slide 7 - Slide

Er zijn 3 schoonmaakgroepen
1. Wassen = met veel water
2. Klamvochtig afnemen= met weinig water
3. Droog= zonder water

Slide 8 - Slide

wassen
droog
klamvochtig afnemen
electrostatisch doekje
badkamerspray
moppen
stofzuigen
spons en lap

Slide 9 - Drag question

schoonmaakfrequentie
1/5 : één dag per week schoonmaken
5/5: iedere dag schoonmaken
1/20: één keer per maand schoonmaken
1/240: één keer per jaar schoonmaken

Slide 10 - Slide

Wat is een goede schoonmaakfrequentie van het moppen van de vloer in dit lokaal?
A
1/5 (wekelijks)
B
5/5 (dagelijks)
C
1/20 (maandelijks)
D
1/240 (jaarlijks)

Slide 11 - Quiz

schoonmaakmaterialen en 
spons
microvezeldoek
stofdoek 
elektrostatisch doek
mop
dweil
bezem
stofzuiger
vloerwisser
schoonmaakmiddelen zijn
zeepbestanddelen

synthetische middelen (aardolie)
natuurlijke of ecologische middelen
(plantaardig)

Slide 12 - Slide

De Was
Wat moet je weten over de was?

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide