Hoofdstuk 5: procenten zonder rekenmachine

Hoofdstuk 5: 
Procenten zonder rekenmachine
1 / 17
next
Slide 1: Slide
RekenenMiddelbare schoolvmbo k, mavoLeerjaar 1,2

This lesson contains 17 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 75 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 5: 
Procenten zonder rekenmachine

Slide 1 - Slide

Planning
1. Voorkennis ophalen
2. Uitleg hoofdstuk 5.1
3. Aan de slag met hoofdstuk 5.1
4. Uitleg hoofdstuk 5.2
5. Aan de slag met hoofdstuk 5.1 en 5.2

Slide 2 - Slide

Waar komen wij procenten tegen?

Slide 3 - Mind map

Slide 4 - Slide

Hoofdstuk 5.1
1. Je weet wat 1% betekent.
 
2. Je kunt een breuk zonder rekenmachine omzetten naar een
percentage.

3. Je kunt een percentage zonder rekenmachine omzetten naar een breuk.

4. Je kunt een verhouding herkennen aan de woorden per, van de, of op de.

Slide 5 - Slide

Hoofdstuk 5.1
Een procent is een honderdste deel van iets.


Wanneer de batterij van de telefoon vol is, is hij 100%


Slide 6 - Slide

Hoofdstuk 5.1
1 : 2 = 0,5
0,5 x 100 = 50%

1 : 4 = 0,25
0,25 x 100 = 25%
1 : 5 = 0,2
0,2 x 100 = 20%

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

55 % van de jongeren in Boshoeve zit op een sport.
Hoeveelste deel is dat?
Vereenvoudig zoveel mogelijk.

Slide 9 - Slide

Op basisschool De regenboog zitten 80 leerlingen.
32 leerlingen hebben een tablet.
De helft van de leerlingen met een tablet, heeft ook een koptelefoon.

Hoeveel procent van de leerlingen heeft een tablet met koptelefoon?

Slide 10 - Slide

Aan de slag
1. Maak hoofdstuk 5.1
timer
15:00

Slide 11 - Slide

Hoofdstuk 5.2

1. Je kunt zonder rekenmachine een percentage van iets uitrekenen.

2. Je kunt zonder rekenmachine terugrekenen naar 100%.

Slide 12 - Slide

Op een kleine school zitten 300 leerlingen.
Hieronder staan 5 zinnen met dezelfde betekenis.

a) 20% van de leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.
b) 1 op de 5 leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.
c) 1 van de 5 leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.
d) 1 per 5 leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.
e) 1/5 deel van de leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.

Slide 13 - Slide

Op een kleine school zitten 300 leerlingen.
20% van de leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.
Hoeveel van de 300 leerlingen hebben nu een eigen tv op de slaapkamer?
300
aantal 
procent
aantal leerlingen
100
1
20

Slide 14 - Slide

In een pot zitten 2000 kralen.
Hoeveel rode kralen zitten er in de pot?

Slide 15 - Slide

Tijdens een theatervoorstelling zijn 75 zitplaatsen bezet.
Dit is 30% van het totaal aantal zitplaatsen van de zaal.

Hoeveel zitplaatsen heeft de zaal in totaal?

Slide 16 - Slide

Aan de slag
1. Maak hoofdstuk 5.1
2. Hoofdstuk 5.2
timer
15:00

Slide 17 - Slide