Op een kleine school zitten 300 leerlingen.
Hieronder staan 5 zinnen met dezelfde betekenis.
a) 20% van de leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.
b) 1 op de 5 leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.
c) 1 van de 5 leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.
d) 1 per 5 leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.
e) 1/5 deel van de leerlingen heeft een eigen tv op de slaapkamer.