This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 58 min
Items in this lesson
Login op Lessonup
Bienvenue au cours de français!
Sur la table:
Ton dictionnaire
Ta trousse
Zakkie avec ton téléphone dedans
Ton ordinateur
Connectez-vous sur LessonUp!
Slide 1 - Slide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Leerdoelen
Ik reflecteer op mijn fouten in het examen en begrijp waarom ik die gemaakt heb.
Ik leer effectievere lees- en woordenschatstrategieën gebruiken tijdens het lezen.
Ik stel doelen voor het centraal eindexamen [leesvaardigheid].
Slide 2 - Slide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Slide 3 - Mind map
2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen.
Geef jezelf een cijfer m.b.t. het SE leesvaardigheid Frans
Slide 4 - Poll
This item has no instructions
Leg uit waarom jij jezelf dit cijfer geeft en wat jij nodig hebt om beter te presteren tijdens leesvaardigheid.
Slide 5 - Open question
This item has no instructions
Wat heb je nodig om goed te kunnen lezen?
Slide 6 - Mind map
This item has no instructions
Wat heb je nodig?
Woordenschat: Een ruime en actieve woordenschat helpt bij het begrijpen van teksten en vragen. Veelvoorkomende woorden en uitdrukkingen moeten herkend worden.
Grammaticale kennis: Hoewel het examen vooral leesvaardigheid toetst, helpt grammaticale kennis om zinnen sneller en beter te begrijpen.
Signaalwoorden: Woorden zoals donc, cependant, en effet, d'ailleurs helpen om tekstverbanden te herkennen.
Herkennen van werkwoordstijden: Dit kan belangrijk zijn voor het begrijpen van tijdsverloop en logica in een tekst.
Slide 7 - Slide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Wat heb je nodig?
Globaal lezen: Eerst de titel, inleiding en slot lezen om de hoofdgedachte te begrijpen.
Selectief lezen: Op zoek gaan naar kernwoorden of zinnen die antwoord geven op een vraag.
Intensief lezen: De tekst zin voor zin goed doorlezen als het antwoord niet meteen duidelijk is.
Voorspellen: Op basis van context en bekende woorden de betekenis van onbekende woorden afleiden.
Slide 8 - Slide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Wat heb je nodig?
Oefenen met examenvragen!!
Vragen goed analyseren: Begrijpen wat er precies gevraagd wordt, bijvoorbeeld een hoofdgedachte, toon of tekstdoel.
Antwoorden afwegen: Vaak lijken meerdere antwoorden juist, maar de kleine nuances in formulering maken het verschil.
Slide 9 - Slide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Wat heb je nodig?
Concentratie en uithoudingsvermogen
Langere teksten kunnen lezen zonder afgeleid te raken.
Goed omgaan met tijdsdruk en stress.
Slide 10 - Slide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
1. Maak de vragen die je fout hebt opnieuw. Noteer voor jezelf waar je fout vandaan komt. (terugblikken)
2. Formuleer voor jezelf een doel voor periode 3 betreft jouw leesvaardigheid. (vooruitblikken)
Slide 12 - Slide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Noteer hier jouw doelen voor periode 3 m.b.t. leesvaardigheid
Slide 13 - Open question
This item has no instructions
Lire
Oriënteren: waar gaat de tekst over? Bekijk de titel, plaatjes en inleiding.
Focussen: wat wordt er gevraagd? Lees de vraag. Markeer sleutelwoorden.
Lezen: lees de betreffende alinea. Markeer sleutelwoorden.
Reflecteren: lees nogmaals de vraag. Bekijk nogmaals globaal de alinea. Kies het juiste antwoord.
Slide 14 - Slide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Afsluiting
Slide 15 - Slide
8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.
Begrippen uit deze les
Noem 5 woorden die te maken hebben met kwaliteit, kwantiteit en intensiteit.