2.1 Ontbossing in het Amazonegebied

Lesdoel:
Je kan beschrijven wat een tropisch regenwoud is.

Huiswerk: Start  blz 22 opdr. 1 t/m 4
1 / 45
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 45 slides, with interactive quiz, text slides and 7 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Lesdoel:
Je kan beschrijven wat een tropisch regenwoud is.

Huiswerk: Start  blz 22 opdr. 1 t/m 4

Slide 1 - Slide

Planning:
Voorkennis 5 min
Video+vraag 30 min
Uitleg regenwoud 5 min
Afsluiting 5 min

Slide 2 - Slide

Tropisch
regenwoud

Slide 3 - Mind map

Videovragen
  • Schrijf de vraag in je schrift. Laat ruimte voor het antwoord!
  • Kijk de video in stilte.
  • Schrijf het antwoord voor jezelf op, geen overleg!
  1. Noteer twee unieke kenmerken van het Congo regenwoud.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Videovragen
  • Schrijf de vraag in je schrift. Laat ruimte voor het antwoord!
  • Kijk de video in stilte.
  • Schrijf het antwoord voor jezelf op, geen overleg!
  1. Noteer twee unieke kenmerken van het Congo regenwoud.
  2. Noteer twee unieke kenmerken van het Amazone regenwoud.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Tropisch regenwoud op de wereld

------------------------------------------------------------
Evenaar

Slide 8 - Slide

Tropische regenwouden
  • Tussen 23,5 ZB en 23,5 NB
  • Altijd warm, gemiddeld 25 graden
  • Veel neerslag
  • Veel soorten planten en dieren
  • Het bos bestaat uit verschillende etages ->
  • Amazonegebied in Brazilië is een voorbeeld

Slide 9 - Slide

Afsluiting
Controle lesdoelen!

Slide 10 - Slide

Lesdoel:
Je kan verklaren waarom het warm is in het tropisch regenwoud.
Je kan een overzicht tekenen van de fases en overgangen van water.
Je kan uitleggen hoe stijgingsregen elke dag in het tropisch regenwoud voor neerslag zorgt.

Slide 11 - Slide

Planning
Video+vraag 5 min
Eerst voordoen! Tekening zonnestralen 10 min
3 fases
Tekening fases + overgangen

Slide 12 - Slide

Tropische regenwouden
  • Tussen 23,5 ZB en 23,5 NB, rond de evenaar
  • Altijd warm, gemiddeld 25 graden
  • Veel neerslag
  • Veel soorten planten en dieren
  • Het bos bestaat uit verschillende etages ->
  • Amazonegebied in Brazilië is een voorbeeld

Slide 13 - Slide

Videovraag
  • Schrijf de vraag in je schrift. Laat ruimte voor het antwoord.
  • Kijk de video in stilte.
  • Schrijf het antwoord voor jezelf op, geen overleg.

  • Waarom is het warmer rond de evenaar?

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Waarom is het warmer rond de evenaar?
Maak de onderstaande tekening in je schrift:

Slide 16 - Slide

3 fases
1. Vloeibaar is:
  • Water.
2. Vast is:
  • IJs.
3. Gas is:
  • Waterdamp.

Slide 17 - Slide

Belangrijkste overgangen
Vul bij de onderstaande overgangen de werkwoorden in.
  1. Water naar ijs:
  2. IJs naar water:
  3. Water naar waterdamp:
  4. Waterdamp naar water:
  • Eerst individueel. 2 min.
  • Dan met je buur bespreken. 2 min.
timer
2:00

Slide 18 - Slide

Tekenen
  • Neem de diagram over in je schrift.
  • Noteer alleen de overgangen uit de opdracht, laat de anderen open.

Slide 19 - Slide

Natuurwetten H
  1. Warme lucht zet uit. Koude lucht krimpt in.
  2. Warme lucht kan meer waterdamp bevatten dan koude lucht.
  3. Warmere lucht stijgt. Koudere lucht daalt.


  • Wat gebeurt er met stijgende lucht?

Slide 20 - Slide

Stijgingsregen
  1. Zon verwarmt aardoppervlak. 
  2. Water verdampt.
  3. Warme lucht met waterdamp stijgt op en koelt af.
  4. Koude lucht kan minder waterdamp bevatten
  5. Waterdamp condenseert.
  6. Waterdruppels vormen wolk. 
  7. Wanneer de druppels te zwaar worden, vallen ze naar beneden.
  8. Regen!

Slide 21 - Slide

Afsluiting

Slide 22 - Slide

Planning
Stijgingsregen strip tekenen
Uitleg stijgingsregen

Slide 23 - Slide

Opdracht
  • Schrijf de vraag in je schrift. Laat ruimte voor het antwoord.
  • Kijk de video in stilte.
  • Schrijf het antwoord voor jezelf op, geen overleg.

  • Waarom regent het zoveel rond de evenaar?

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

Stijgingsregen
  1. Zon verwarmt aardoppervlak. 
  2. Water verdampt.
  3. Warme lucht met waterdamp stijgt op en koelt af.
  4. Koude lucht kan minder waterdamp bevatten
  5. Waterdamp condenseert.
  6. Waterdruppels vormen wolk. 
  7. Wanneer de druppels te zwaar worden, vallen ze naar beneden.
  8. Regen!

Slide 26 - Slide

Opdracht
Pak je schrift, een potlood en gum(en eventueel kleurpotloden)
Maak een striptekening van de 8 stappen.
Maak van elke stap een eigen tekenvak.
Zet de beschrijving van de stap bij je tekening.

Slide 27 - Slide

Stijgingsregen strip tekenen!
  1. Zon verwarmt aardoppervlak. 
  2. Water verdampt.
  3. Warme lucht met waterdamp stijgt op en koelt af.
  4. Koude lucht kan minder waterdamp bevatten
  5. Waterdamp condenseert.
  6. Waterdruppels vormen wolk. 
  7. Wanneer de druppels te zwaar worden, vallen ze naar beneden.
  8. Regen!
timer
15:00

Slide 28 - Slide

Woestijnen
  • Rond 30ste breedtegraad daalt de lucht
  • De lucht is droog, vandaar woestijnen.

  • In de afbeelding mist nog een pijl. Welke is dat?

Slide 29 - Slide

Maken
HAVO
WB blz 22,Start H2.
Maak eerst opdracht 4, die kijken we straks na.
Maak daarna opdracht 1, 2 en 3.


Slide 30 - Slide

Maken
MAVO
WB blz 44, Start H3.
Maak opdracht 1, 2 en 3.
Opdracht 1 kijken we straks na.


Slide 31 - Slide

Opdracht
  • Neem de tekening over in je schrift.
  • Zet de juiste breedtegraden bij de gebieden.
  • Ben je klaar? Schrijf dan op welke klimaatgebieden er tussen het regenwoud en de woestijn liggen.
timer
5:00

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Zijaanzicht luchtdruk 
Hadley cell
Ferrel cell
Polaire cell

Slide 34 - Slide

Atmosferische circulatie




Drie verschillende cellen:
  1. Hadley cel (tropen)
  2. Ferrel cel (gematigde zone)
  3. Pool cel (poolgebied)

Slide 35 - Slide

Soorten neerslag 
Temperatuur en neerslag zorgen voor verschillen in plantengroei.

Drie soorten neerslag
  • stuwingsneerslag
  • stijgingsneerslag
  •  frontale neerslag 

Slide 36 - Slide

Passaatwinden
Winden die meestal op eenzelfde kant op waaien noemen we Passaatwinden 

Slide 37 - Slide

Het Corioliseffect 
  • De draaiing van de aarde.
  • Wind buigt daardoor af.
  • Noordelijk halfrond tegen de klok in.
  • Zuidelijk halfrond met de klok mee.

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Video

Slide 40 - Video

Klimaatgrafiek
De kenmerken van een klimaat laat je zien in een klimaatgrafiek van een bepaalde plaats op aarde. 
Elk klimaat heeft zijn eigen kenmerken. 

Slide 41 - Slide

hoeveelheid neerslag per maand in mm
klimaatdiagram ->
Hoe werkt het?
Deze rode lijn geeft altijd de temperatuur  per maand aan.
Rechts staat de temperatuur in graden Celsius
De blauwe staafjes geven de neerslag per maand aan. Elke staafje is een maand van het jaar.

Slide 42 - Slide

Uitleg klimaatgrafiek

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Video

Klimaatdiagram
Rode lijn = temperatuur
Blauwe staafjes = neerslag


Neerslag in milimeter (mm)
Temperatuur in Celsius. 
Klimaatgrafiek
vraag
Je ziet hier een klimaatgrafiek. Hoe moet je deze grafiek lezen? Hoe weet je welk klimaat hierbij hoort?

Slide 45 - Slide