Les trappen van vergelijking

Deutsch
Mittwoch, den 26. März 2025
1 / 16
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 2

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Deutsch
Mittwoch, den 26. März 2025

Slide 1 - Slide

Was machen wir heute?
Grammatik Sätze
Hören
Grammatik 
Selbständig arbeiten

Slide 2 - Slide

Grammatik
1. D....... Schüler zeigt d…........ Lehrer d.....…. Heft (O).

2. Bitte, schenkt d…...... Gäste…. etwas ein.

3. Hole mir bitte d........…. Zeitung aus d…....... Briefkasten (M).
 


Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

Grammatik 
Wiederholung

Slide 5 - Slide

Situaties waarin je keuzevoorzetsels kan gebruiken
1. Er arbeitet an d....... Projekt.
   Situatie........?

2. Er schwimmt jeden Tag in d....... Schwimmbad.
    Situatie........?

3. Vor d....... dritten April habe ich eine Prüfung.
     Situatie........?

Slide 6 - Slide

Wechselpräpositionen
Bij deze voorzetsels moet je kiezen tussen de derde of de vierde naamval.
3e naamval wordt gebruikt in rust of toestand. 
Wo?  - Wo bist du?                 Ich bin in der Schule

4e naamval  wordt gebruikt bij een beweging of richting. 
Wohin?- Wohin gehst du?   Ich gehe in die Schule

Slide 7 - Slide

Wechselpräpositionen
3e naamval   stilstand 
Wo? 

4e naamval   beweging
Wohin?
an              =       aan
auf             =       op
hinter        =       achter
in                =       in
neben       =       naast
über          =        over 
unter         =        onder
vor              =        voor
zwischen  =        tussen

Slide 8 - Slide

Tijdsbepaling en keuzevoorzetsels

Slide 9 - Slide

7/2 Regel
Is er geen sprake van een duidelijke plaats- of tijdsbepaling (Situatie 1 en 2)? Dus een waar, waarheen of wanneer?
Dan gebruik je de 7/2 regel


auf 
über
an
hinter 
in
neben 
unter 
vor 
zwischen

4e naamval
3e naamval

Slide 10 - Slide

Grammatik F
Trappen van vergelijking

Slide 11 - Slide

Komparation
stellende trap 


vergrotende trap
overtreffende trap
klein
neu
groß
kleiner
neuer
größer
am kleinsten
am neuesten
am größten
Trappen van vergelijking

Slide 12 - Slide

Komparation
stellende trap

vergrotende trap

overtreffende trap
Er ist genauso groß wie sie

Er ist größer als er.

Er ist am größten.
Trappen van vergelijking

Slide 13 - Slide

Aan de slag!
Maak opdracht: Lektion 5: 7-8-9-11
                                  Lektion 6: 1-2a-3-4(-6a) 

Vind je het lastig? Kijk in je handboekje

Ben je klaar?
Grammatica trainer methode

Slide 14 - Slide

BINGO!

Slide 15 - Slide

Vielen Dank für eure Aufmerksamkeit!

Slide 16 - Slide