What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
01-04-2025
01-04-2025
1 / 31
next
Slide 1:
Slide
Spaans
Beroepsopleiding
This lesson contains
31 slides
, with
text slides
.
Lesson duration is:
90 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
01-04-2025
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Mirar Deberes
Presentación
:
Rina y Astrid
Slide 10 : Video kijken
Slides 11, 12 oefeningen maken(stencil)
TB
:
p. 44, ej. 2a/b/c
(slide13)
: markeer de werkwoorden in
indefinido
(
preguntó - respondió.....)
en
imperfecto
( había/ estaba....)
Slides 14 t/m 18 : kijken
p.45, ej. 3a/b/c/d
WB:
p. 41, ej. 1a/b
p.43, ej.1, ej.2
Slide 3 - Slide
Lista de charlas:
Bennie: 04-02-2025
Dennis: 11-02-2025
Bianca: 18-02-2025
Rob: 11- 03-2025
Rionne: 25-03-2025
Rina y Astrid: 01-04-2025
Harold y Mirjam: 08-04-2025
Slide 4 - Slide
WB:
Unidad 4: p. 41, ej. 1a/b
Slide 5 - Slide
slide 10
Slide 6 - Slide
1. al pueblo de mis abuelos.
2. muy pequeño.
3. al lado de una gran montaña.
4 .eran de piedra.
5. estaban en medio del campo.
slide 11
Slide 7 - Slide
1.había
2.bajaba
3.gustaba
4.me divertía
5.había
6.había
7.nos bañábamos
8.estaba
slide 12
Slide 8 - Slide
verkleinwoorden
TB
: p. 45
-ito/ -ita
-cito /-cita
Slide 9 - Slide
Diminutivos (verkleinwoorden): -ito(s)/ -ita(s)
1. woorden met uitgang op
-o/ -a
worden verkleind :
-ito(s)/ -ita(s).
hermano: hermanito / manzana: manzanita
2. woorden met uitgang op
een medeklinker (geen -n/-r)
worden verkleind :
-ito ( s) / -ita (s).
ángel:angelito / marqués: marquesito / lápi
z
: lapi
c
ito
Slide 10 - Slide
Unidad 5 - pg. 45 -Verkleinwoorden: -cito(s) /-cita (s)
- cito / - cita
un café -> un cafe
cito
una canción -> una cancioncita
Woorden met uitgaan op -e of medeklinker -n, -r
Slide 11 - Slide
Unidad 5 - pg. 45 -Verkleinwoorden
De meest voorkomende uitgangen voor het maken van een verkleinwoord zijn:
Gebruikt met...
- Zelf. nw..................
la
casita
- Bijvoeglijk nw........
tontito
- Bijwoord .............
cerquita
Gebruikt als...
- iets klein is.....................
pequeñito
- koosnaam ....................
abuelita
- betekenis af te zwakken...
gordito
Slide 12 - Slide
Escribe los diminutivos de las siguientes palabras
galleta ......................................
coche ......................................
poco ......................................
hombres ................................
mujeres ..................................
minuto ..................................
balcones ................................
momento ..............................
boca .........................................
ojo ...............................................
Slide 13 - Slide
TB: p. 50, ej. 11
Slide 14 - Slide
WB:
Unidad 5: p.43, ej.1, 2
Slide 15 - Slide
TB: p.44, Un cuento antes de dormir
2a
.Lees de zinnen en combineer met één van de dieren uit 2c
2b
.Menciona: 2 objetos duros/
2 blancos/
2 pequeños /
2 brillantes
2c
. We lezen het verhaaltje:
¿ Quién cogió el diente del niño?
slide 12
Slide 16 - Slide
is als een foto......
is als een film.....
slide 13
Slide 17 - Slide
POEH:
P
lotselinge,
O
peenvolgende,
E
enmalige,
H
istorische handelingen /gebeurtenissen
Het is
als een film.
Het verhaal gaat verder....
De indefinido
Geeft gebeurtenissen aan die
op een bepaald moment
in het verleden plaats vonden.
Deze gebeurtenissen zijn
afgesloten
en hebben
geen
verband met het heden.
slide 14
Slide 18 - Slide
El indefinido: Poeh..
P
lotseling,
O
peenvolgend,
E
enmalig,
H
istorisch
Plotseling gebeurtenis.
De repente empezó a llover .
Opeenvolgende handelingen/gebeurtenissen ( en toen, en toen.....
Entré en la tienda, pedí una barra de pan, pagué y volví a casa
Eenmalige gebeurtenis
Nací en 1992.
Historische gebeurtenissen
Los españoles gobernaron en América Latina durante 400 años.
slide 15
Slide 19 - Slide
Imperfecto :
GRABIG
G
ewoontes,
R
eden,
A
chtergrond,
B
eschrijving,
I
ntenties,
G
elijktijdig
Het is
als
een foto:
we stoppen het verhaal en
geven details
over:
de situatie:
de plaats
de personages
wat ze dachten
wat ze aan het doen waren
acties die herhaald worden/gewoontes
gelijktijdige handelingen
intenties
slide 16
Slide 20 - Slide
El imperfecto
( GRABIG)
G
ewoonte,
R
eden,
A
chtergrondinformatie,
B
eschrijving,
I
ntentie (van plan was),
G
elijktijdigheid
Voor gewoontes of herhaalde gebeurtenissen in het verleden.
Cuando
vivía
en Salamanca,
iba
todos los días a la piscina.
voor het aangeven van de reden dat iets gebeurt
Llegué tarde, porque
había
mucho tráfico
voor het geven van achtergondinformatie
Todavía
llovía
cuando terminó la reunión.
Voor het beschrijven van personen, plaatsen of zaken in het verleden.
Mi abuelo
era
alto y
llevaba
gafas.
gelijktijdige handelingen
Mi madre y mi tía c
uando/ mientras
cocinaban
,
hablaban
mucho
intenties
Quería
estudiar veterinaria, pero ahora soy profesora.
slide 17
Slide 21 - Slide
Kortom: de imperfecto geeft het kader (achtergrondinfo) waarbinnen de gebeurtenissen
( indefinido)
plaatsvinden
slide 18
Slide 22 - Slide
TB: p.45, ej. 3a/b/c/d/e
Slide 23 - Slide
Niños listos
TB:
p. 46 , ej.4 a
4b. Lees de zinnen en plaats ze in de tekst van 4
4c. Lees de volledige tekst
Ej. 5. Historias de niños
: Combineer de zinnen en zet het ww in de juiste tijd
Slide 24 - Slide
TB:
p. 47
ej
. 6a, b en c : no solo el ratoncito trae regalos......
20
21
22
23
1.
2.
3.
4.
una muñeca
una bicicleta
una caja de Lego
me puse muy triste y me dio mucha alegría
me encantó
me decepcionó mucho
me encantó
un coche de bomberos
een mening over een gebeurtenis in het verleden: indefinido
7. vul het schema in en maak 1 zin
Slide 25 - Slide
TB: p. 48, ej
. 8a : Siempre hay historias para contar...
Circunstancia (situatie)
-
Acontecimiento( gebeurtenis)
-Cuando
tenía
24 años,
conocí
a mi marido.
-Cuando
estaba
en la universidad,
aprendí
a cocinar
Slide 26 - Slide
El pasado
WB:
p.45, ej.7a/b
p.48, ejs.13, 14
Historias de Alicia y Luis
Un cuento antes de dormir
Slide 27 - Slide
Indefinido o Imperfecto
1. Mi primer amigo en la escuela (ser) _____español (tener)_______ los ojos azules y (ser)_______ muy divertido.
2. Mis padres (conocerse)__________ cuando (estar) __________ en la universidad.
3. El martes pasado no (trabajar)________ porque (estar)______ enfermo.
Slide 28 - Slide
Objetos con historia:
El abanico
TB:
P.40, ej. 2a/b, ej.3, 4a/b(mirar el vídeo)
p.41 El abanico en Europa
ej. 6a/b/c
ej.7b
p.42, ej. 8a/b
ej. 9: Terapia de errores
Slide 29 - Slide
Deberes
(vetgedrukt echt maken)
Presentación: Mirjam y Harold
WB
: p.44, ej. 3 diminutivos
p.45, ej.7a/b
p.48, ejs.13, 14
TB
:
(slide 16): El ratoncito Pérez
p.45, ej. 3a/b/c/d/e (slide 23)
p.46, ej. 4a/b/c
, ej.5 (slide 24)
p. 47, ej. 6 a, b en c (slide 25)
p. 48, ej. 8a: Siempre hay historias para contar.
p.50, ej.11(slide 14)
Slide 28: Indefinido o Imperfecto.
Slide 30 - Slide
Slide 31 - Slide
More lessons like this
31-03-2025
11 days ago
- Lesson with
31 slides
Spaans
Beroepsopleiding
27-03-2023
March 2023
- Lesson with
24 slides
Spaans
Beroepsopleiding
Unidad 3 parte 2
May 2020
- Lesson with
35 slides
spaans
HBO
Studiejaar 2
03-04-2023
April 2023
- Lesson with
13 slides
Spaans
Beroepsopleiding
U.3 parte 2
October 2022
- Lesson with
28 slides
Unidad 3 CG2 : Segunda parte
June 2020
- Lesson with
15 slides
Spaans
HBO
Studiejaar 1
Unidad 3 ( 3) week 4
May 2020
- Lesson with
32 slides
spaans
HBO
Studiejaar 2
Unidad 3 CG2 Primera parte
December 2020
- Lesson with
16 slides
Spaans
HBO
Studiejaar 2