This lesson contains 12 slides, with text slides and 2 videos.
Items in this lesson
Woensdag 19 maart
Groepsindeling debatteren
Uitleg beginspeech + voorbereiden
Vragen stellen fictiedossier
timer
10:00
Slide 1 - Slide
Oefendebat
Donderdag 13 maart oefenen van een debat
Dinsdag 4 maart, en woensdag 5 maart voorbereiden.
Slide 2 - Slide
De beginspeech
Je hebt drie labels met argument, uitleg en voorbeeld.
De labels noem je minimaal drie keer.
Kom met feiten! Gebruik artikelen en bijv. Chatgpt voor onderzoeken.
Kies twee mensen voor de beginspeech.
Slide 3 - Slide
Het debat
Bereid voor jezelf voor wat je wilt zeggen.
Kom met weerleggingen - ga tegen de tegenpartij in.
Ik wil graag reageren op..
Ik wil graag ingaan tegen..
Ik wil mijn teamgenoot versterken..
Slide 4 - Slide
De eindspeech
De eindspeech kun je deels voorbereiden. Tijdens het debat krijgen jullie een paar minuten om te overleggen wat jullie gaan vertellen in de eindspeech.
Kies twee mensen voor de eindspeech.
Slide 5 - Slide
Belangrijk
Als er iemand van je groepje ziek is, gaat het debat gewoon door:
Spreek van tevoren af wie de beginspeech gaat doen, maar bepaal ook wie reserve is.
Ditzelfde doe je bij de eindspeech.
Slide 6 - Slide
Stellingen
Bij mooi weer moeten scholen huiswerkvrij zijn
Team 1 voor. Team 2 tegen
Dure merkkleding moet verboden worden op school
Team 3 voor. Team 4 tegen
Slide 7 - Slide
Aan de slag
Openingsspeech: 3 argumenten AUB met label. Kom met feiten!
Debat: Iedereen heeft een aandeel. Bereid je eigen argument voor. Verplaats je in de tegenstanders. Wat gaan zij zeggen en hoe zou je hier op kunnen reageren? Ga 3x staan!
Eindspeech: Bedenk vast een goede 'uitsmijter'
Taakverdeling: 2 personen voor de openingsspeech. 2 voor de eindspeech.
Slide 8 - Slide
Openingsspeech
Welkom. Beste juryleden, opponenten en toeschouwers.
Stelling + eens/oneens. En hiervoor hebben wij 3 argumenten. Noem de labels
Benoem je 3 Argumenten AUB. Kom met FEITEN!
Herhaling labels evt. uitsmijter
Slide 9 - Slide
Argumenten
Bedenk voor jezelf minimaal drie argumenten en werk deze uit. Kom met feiten/cijfers/onderzoek!!
Bedenk ook wat de tegenstander kan gaan zeggen en bereid je tegenargument voor.