Grammatica: aanwijzende voornaamwoorden

Aanwijzende voornaamwoorden
Thema Overtuigen
Grammatica
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Aanwijzende voornaamwoorden
Thema Overtuigen
Grammatica

Slide 1 - Slide

🎯 Lesdoel:

  • Je kunt de juiste vorm van het aanwijzendvoornaamwoord gebruiken in zinnen.




Slide 2 - Slide

Welke aanwijzende voornaamwoorden ken je al?

Slide 3 - Mind map

Slide 4 - Video

Het schema 
Dichtbij
Ver weg 
De-woorden
Deze
Die
Het-woorden
Dit
Dat

Slide 5 - Slide

Dus

Deze film moet je zien (de film)
Die leerlingen zijn slim (de leerlingen)
Dit boek moet je lezen(het boek)
Dat huis is groot (het huis)

Slide 6 - Slide

Welke zin is fout?
A
Deze boek is van mij
B
Dit meisje gaat weg
C
Dat kind is vervelend
D
Die huizen zijn groot

Slide 7 - Quiz

Deze of dit?
A
Deze vrouwen gaan wandelen
B
Dit vrouwen gaan wandelen

Slide 8 - Quiz

Deze of dit?
A
Dit meisje is moe
B
Deze meisje is moe

Slide 9 - Quiz

Die of dat?
A
Die pen schrijft goed
B
Dit pen schrijft goed

Slide 10 - Quiz

Vul in: Deze of dit
Is ................. tas van jou?

Slide 11 - Open question

Vul in: die of dat
.............. huis is groot.

Slide 12 - Open question

Samen oefenen:

Wil je deze broek of die broek?
Ik wil die broek!

Slide 13 - Slide

Samenwerken


  • Werk in tweetallen.
  • Schrijf een kort verhaal van 3 zinnen.
  • Gebruik: deze, die, dit en dat 
A2
  • Werk in tweetallen.
  • Schrijf een kort verhaal van 4-5 zinnen.
  • Gebruik: deze, die, deze en dat
  • Maak 2 samengestelde zinnen met want en omdat.
timer
10:00

Slide 14 - Slide

Ik kan de juiste vorm van het aanwijzendvoornaamwoord gebruiken in zinnen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll

Wat is de regel voor de aanwijzende voornaamwoorden?

Slide 16 - Open question

Meer oefenen
Ga naar DISK:
  • Grammatica:
  • 9 iets aanwijzen:
9.1 deze, die, dit en dat

Slide 17 - Slide