V1 hoofdstuk 4 Oefening voor de toets

Hoofdstuk 4 - Ongelijkheid
Je hebt geleerd hoe het komt dat er zulke grote verschillen in welvaart en welzijn bestaan.
1 / 16
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 4 - Ongelijkheid
Je hebt geleerd hoe het komt dat er zulke grote verschillen in welvaart en welzijn bestaan.

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Welzijn
Welvaart
Hoog BBP/hoofd
Naar school gaan
Voldoende voedsel kunnen kopen
Toegang tot zorg
Op vakantie kunnen
Een auto hebben

Slide 2 - Drag question

This item has no instructions

Armoede
Dus, armoede is dat je niet kunt voldoen aan je 'basisbehoeften'.
Dat zijn alle dingen die een mens nodig heeft, om goed te kunnen leven.

Je leeft dan onder de armoedegrens, en deze verschilt per land. 
Wat heeft dat te maken met koopkracht?


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Hoe ontwikkeld een land is, kun je vaak weten door te kijken naar de beroepsbevolking. Wat voor soort werk doen de mensen?
Centrum
Periferie
Semi-periferie
Tertiaire sector
Secundaire sector
Primaire sector

Slide 4 - Drag question

This item has no instructions

Welk soort land, en waarom?

Slide 5 - Slide

Dit is waarschijnlijk een wat armer land - periferie. Dat kun je zien omdat er heel veel mensen in de landbouw werken.
Welke begrippen passen het beste bij de stelling:

In het noorden van Nigeria kunnen veel mensen niet lezen en schrijven, waardoor zij een lager inkomen verdienen dan de beter opgeleide mensen in het zuiden van Nigeria.
A
Alfabetiseringsgraad
B
Sociale ongelijkheid
C
Regionale ongelijkheid
D
Informele sector

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Er is in een land een grote informele sector
Is het echte bbp/hoofd dan hoger of lager dan de officiële cijfers? Leg je antwoord kort uit.

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Slide 8 - Video

This item has no instructions

Globalisering verandert de wereld
Mensen op de wereld raken steeds meer met elkaar verbonden, cultureel en economisch. Dat noem je globalisering.

Het zorgt ervoor dat de manier van produceren anders wordt en dat arme landen zich kunnen ontwikkelen. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Wat is niet 1 van de 3 oorzaken voor globalisering?
A
De wereld 'krimpt' door sneller transport en communicatie
B
Bedrijven ontwikkelden zich tot MNO, en werden in meerdere landen actief
C
Landen openden hun grenzen voor internationale handel
D
Na de tweede wereldoorlog konden het oosten en het westen weer goed met elkaar omgaan

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Door globalisering kiezen veel bedrijven nu ervoor om elk stukje van hun product op de best mogelijke plek te laten maken.
Grondstoffen komen dan uit de periferielanden.

Het in elkaar zetten van de halffabricaten gebeurd in landen waar mensen goedkoop willen werken. Arme landen ontwikkelen zich met deze nieuwe banen en industrie tot semi-periferieland. 

De marketing en het ontwerpen van een product gebeurd in een centrumland

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van een halffabricaat?
A
Een auto
B
Een boomstam
C
Een schoenzool
D
Een telefoon

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Wat is waarschijnlijk een kenmerk van een periferieland?
A
De alfabetiseringsgraad is 98%
B
De levensverwachting is 58 jaar
C
Het BBP/hoofd is 56.000 euro
D
4% werkt in de landbouwsector

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Een land heeft 20 inwoners.
Het totale BBP is 100.000 euro.
Wat is het BBP/hoofd?

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Land A heeft een gini-coëfficient van 0,2. Land B van 0,8. In welk land is de sociale ongelijkheid het grootst?
A
A
B
B

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Over het algemeen geldt dat welvaartsziekten vaker voorkomen onder armere mensen
A
juist
B
onjuist

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions