V3_Voeding_H6.5

1 / 26
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Programma
  • Opening les
  • Controle boeken en huiswerk
  • Weektaak
  • Leerdoelen
  • Uitleg en oefenen - Leerdoel 1
  • Uitleg en oefenen - Leerdoel 2
  • Afsluiten les

Slide 2 - Slide

Weektaak
- Lezen H6.5 (tot titreren)
- Afmaken opdrachten uit de les


Slide 3 - Slide

Leerdoelen
• Je weet wat er wordt bedoeld met het begrip pH
• Je weet wat het verschil is tussen een zuur en een base
• Je kunt de pH van een vloeistof bepalen

Slide 4 - Slide

Practicum 
pH meten

Slide 5 - Slide

Zuren en basen
Zuurgraad van een oplossing

Slide 6 - Slide

Waar denken jullie aan
bij het woord zuren?

Slide 7 - Mind map

Zuren en basen
Zure oplossingen hebben een pH kleiner dan 7

Slide 8 - Slide

Waar denken jullie aan
bij het woord basen?

Slide 9 - Mind map

Zuren en basen
Basische oplossingen hebben een pH groter dan 7

Slide 10 - Slide

Zuren en basen
Dus:
- Zure oplossingen hebben een pH kleiner dan 7.
- Basische oplossingen hebben een pH groter dan 7.
- Neutrale oplossingen hebben een pH gelijk aan 7

Slide 11 - Slide

Neutraliseren
Een zure oplossing kan je neutraal maken....
...door een base toe te voegen.
Neutraliseren betekent de pH naar neutraal brengen.

Slide 12 - Slide

Indicatoren
Geven een indicatie van de zuurgraad van een oplossing

Zuurgraad drukken we uit in pH

Soort reagens

Slide 13 - Slide

Omslag-
traject

Hoe staat 
het in de
Binas?

Slide 14 - Slide

pH - meter
Gebaseerd op geleidbaarheid

Slide 15 - Slide

Basis opdracht
Ze met behulp van internet de volgende stoffen op volgorde van pH / zuurgraad. Begin met de lage pH en eindig met de hoge PH. (In groepen van 4)

Gootsteenontstopper, Afwasmiddel, Citroenzuur, Regenwater, Drinkwater, Groene zeep, Allesreiniger, Shampoo, 
Cola, Accuzuur, Chlorix (Chloor)

Slide 16 - Slide

• Je weet wat er wordt bedoeld met het begrip pH
• Je weet wat het verschil is tussen een zuur en een base
• Je kunt de pH van een vloeistof bepalen
Ik kan het leerdoel onvoldoende
Ik kan het leerdoel voldoende
Ik vind het leerdoel heel makkelijk

Slide 17 - Poll

Opdrachten
Makkelijke opdracht (1 vinger): 
Zoek op hoe je van rode kool een indicator/reagens kan maken. En zoek ook op welke kleur de indicator heeft bij welke pH.
Basis opdracht (2 vingers): 37, 38a

Moeilijke opdracht (3 vingers): 40

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

• Je weet wat er wordt bedoeld met het begrip pH
• Je weet wat het verschil is tussen een zuur en een base
• Je kunt de pH van een vloeistof bepalen
Ik kan het leerdoel onvoldoende
Ik kan het leerdoel voldoende
Ik vind het leerdoel heel makkelijk

Slide 20 - Poll

Weektaak
- Lezen H6.5 (tot titreren)
- Afmaken opdrachten uit de les

Slide 21 - Slide

Leerdoelen
• Je weet wat er wordt bedoeld met het begrip pH
• Je weet wat het verschil is tussen een zuur en een base
• Je kunt de pH van een vloeistof bepalen

Slide 22 - Slide

Zuur of base of neutraal?
Azijn
A
Zuur
B
Base
C
Neutraal

Slide 23 - Quiz

Zuur of base of neutraal?
Shampoo
A
Zuur
B
Base
C
Neutraal

Slide 24 - Quiz

Een oplossing heeft een pH groter dan 7. Dit is een...
A
Zuren oplossing
B
Basische oplossing
C
Neutrale oplossing

Slide 25 - Quiz

Leerdoelen
• Je weet wat er wordt bedoeld met het begrip pH
• Je weet wat het verschil is tussen een zuur en een base
• Je kunt de pH van een vloeistof bepalen

Slide 26 - Slide