check avoir + être au présent

j'
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
Combineer de juiste vorm van 'avoir' 
Grammaire 'Avoir'  --> hebben
timer
1:00
ai
as
a
avons
avez
ont
1 / 15
next
Slide 1: Drag question
FransMiddelbare schoolvmbo lwoo, g, t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

j'
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
Combineer de juiste vorm van 'avoir' 
Grammaire 'Avoir'  --> hebben
timer
1:00
ai
as
a
avons
avez
ont

Slide 1 - Drag question

        avoir + être au présent

Slide 2 - Slide

Traduis:
hij heeft

Slide 3 - Open question

Traduis:
zij hebben

Slide 4 - Open question

Traduis:
u heeft

Slide 5 - Open question

Traduis:
jullie hebben

Slide 6 - Open question

Traduis:
jij hebt

Slide 7 - Open question

Ik heb het werkwoord "avoir" onder de knie.
😒🙁😐🙂😃

Slide 8 - Poll

je
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
Combineer de juiste vorm van 'être' met het onderwerp
être (zijn)
Combineer de juiste vorm van être met het goede persoonlijk voornaamwoord
timer
1:00
suis
es
est
sommes
êtes
sont

Slide 9 - Drag question

Traduis:
ik ben

Slide 10 - Open question

Traduis:
zij is

Slide 11 - Open question

Traduis:
men is

Slide 12 - Open question

Traduis:
jullie zijn

Slide 13 - Open question

Traduis:
zij zijn (v.)

Slide 14 - Open question

Ik heb het werkwoord "être" onder de knie.
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll