check avoir + être au présent

        avoir + être au présent
1 / 19
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvmbo lwoo, g, t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

        avoir + être au présent

Slide 1 - Slide

j'
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
Combineer de juiste vorm van 'avoir' 
Grammaire 'Avoir'  --> hebben
timer
1:00
ai
as
a
avons
avez
ont

Slide 2 - Drag question

Vervoeg 'avoir'

Nous
A
as
B
avons
C
avez
D
ont

Slide 3 - Quiz

Vervoeg 'avoir'

La fille
A
ai
B
as
C
a
D
ont

Slide 4 - Quiz

Traduis:
hij heeft

Slide 5 - Open question

Traduis:
zij hebben (m)

Slide 6 - Open question

Traduis:
u heeft

Slide 7 - Open question

Traduis:
jullie hebben

Slide 8 - Open question

Traduis:
jij hebt

Slide 9 - Open question

Ik heb het werkwoord "avoir" onder de knie.
😒🙁😐🙂😃

Slide 10 - Poll

je
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
Combineer de juiste vorm van 'être' met het onderwerp
être (zijn)
Combineer de juiste vorm van être met het goede persoonlijk voornaamwoord
timer
1:00
suis
es
est
sommes
êtes
sont

Slide 11 - Drag question

Vervoeg 'être'

Tu...
A
suis
B
sommes
C
es
D
est

Slide 12 - Quiz

Vervoeg 'être'

Je ...
A
suis
B
êtes
C
sont
D
es

Slide 13 - Quiz

Traduis:
ik ben

Slide 14 - Open question

Traduis:
zij is

Slide 15 - Open question

Traduis:
wij zijn (nous ...)

Slide 16 - Open question

Traduis:
jullie zijn

Slide 17 - Open question

Traduis:
zij zijn (v.)

Slide 18 - Open question

Ik heb het werkwoord "être" onder de knie.
😒🙁😐🙂😃

Slide 19 - Poll