Training proeve

Proeve van Bekwaamheid
1 / 42
next
Slide 1: Slide
DierverzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Proeve van Bekwaamheid

Slide 1 - Slide

De proeve bestaat uit 7 opdrachten
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quiz

Uit welke opdrachten bestaat de Proeve?

Slide 3 - Open question

Je hebt een 5 klanten aan de balie, wat doe je?
A
Je werkt gewoon rustig door want iedereen moet geholpen worden.
B
Je schakelt een collega in.
C
Je loopt huilend weg want je overziet het niet meer.
D
Je helpt iedereen tegelijk en werkt chaotisch

Slide 4 - Quiz

De telefoon gaat, hoe neem je de telefoon op en wat vraag je allemaal aan de klant?

Slide 5 - Mind map

Je geeft medicatie mee aan de klant.
Wat doe je?
A
Je vraagt aan de klant of er nog vragen zijn?
B
Je legt de dosering en de toediening uit
C
Je geeft de klant zomaar een medicijn zonder goed te controleren
D
Je geeft de verpakking mee en zegt niks

Slide 6 - Quiz

Met welke wet en regelgeving hebben wij te maken in de praktijk?

Slide 7 - Open question

Waar staan de afkortingen Vrij, UDA en UDD voor?

Slide 8 - Open question

Welke vragen stellen we allemaal als er iemand belt dat er een huisdier is aangereden?

Slide 9 - Open question

Je voert een pre-anesthetisch onderzoek uit, wat controleer je?

Slide 10 - Open question

Wat is CRT?

Slide 11 - Mind map

Wat zien we
op de afbeelding?
A
Rood-ontstoken
B
Rood- zuurstofgebrek
C
Rood- geelzucht
D
Rood-afsterven

Slide 12 - Quiz

Wat zien we
op de afbeelding?
A
geelzucht
B
afgestorven tandvlees
C
Blauw-zuurstoftekort
D
Ontstoken

Slide 13 - Quiz

Waar staan de letters KRESS voor

Slide 14 - Open question

Welke soorten ademhaling kennen we?

Slide 15 - Mind map

Hoe controleren we de ademhaling?
A
Door te kijken naar de borst buikholte
B
Door te luisteren met de otoscoop
C
Door te vragen aan je collega of het dier nog ademt
D
Door de app op je telefoon te controleren

Slide 16 - Quiz

Een pupil en een ooglid reflex is hetzelfde
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quiz

Een pre-anesthetisch onderzoek voeren we na de operatie uit
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

Wat zijn de normaal waardes van een hond en kat bij pre-oz?

Slide 19 - Open question

Hoe zat het ook alweer met de ABCDE
Andere manier om spoedonderzoek en spoedbehandeling uit te voeren: ABCDE-protocol.
  • Airway (ademhalingsstelsel): is de luchtweg vrij?
  • Breathing (ademhaling): controleer de ademhaling en slijmvliezen
  • Circulation (bloedsomloop): pols, CRT controleren en controleren op shock
  • Disabilities (afwijkingen): hersen gerelateerde afwijkingen en reflexen controleren
  • Exposure/ environment (omgeving): kijk naar buitenkant dier en lichaamstemperatuur

Slide 20 - Slide

Waar staan de letters van CRASH ook alweer voor?

Slide 21 - Open question

Waar let je allemaal op als een dier onder narcose is?

Slide 22 - Mind map

Welke van onderstaande kenmerken horen bij een ZIEK dier volgens jou?

A
Prut in de ogen, stinkende oren en snotterige neus
B
Soepele, ongestoorde beweging
C
Verhoogde temperatuur, versnelde hartslag en ademhalingsfrequentie
D
Levendige indruk

Slide 23 - Quiz

Welke van onderstaande kenmerken horen bij een ZIEK dier volgens jou?

A
Vermagerd, waarbij ribben soms duidelijk uitsteken; verminderde eetlust
B
Doffe, droge vacht die er rommelig uitziet; het verenpak is opstaand
C
Schone ogen, oren en neus
D
Fiere verschijning

Slide 24 - Quiz

Welke van onderstaande kenmerken horen bij een ZIEK dier volgens jou?

A
In elkaar gedoken
B
Ontlasting stevig en gezonde kleur
C
Soepele schone glanzende vacht of verenpak
D
Diarree, soms met slijm en bloed, vaak te zien in de vacht rond de anus

Slide 25 - Quiz

Wat wil je bereiken met een voorlichtingsbijeenkomst?

Slide 26 - Open question

Hoeveel mensen moeten er in beeld zijn bij de voorlichtingsbijeenkomst?
A
alleen het dier
B
3
C
2
D
6

Slide 27 - Quiz

Je helpt in de spreekkamer tijdens het de afspraken, wat doe je?
A
Het dier vast houden
B
De dierenarts lekker zelf alles laten doen
C
even de ramen lappen
D
Je geeft aandacht aan het dier en de eigenaar

Slide 28 - Quiz

Je moet helpen bij het vast houden van een hele boze kat, maar de eigenaar is overstuur door de hele situatie.
Hoe pak jij dit aan?

Slide 29 - Mind map

Waar letten we allemaal op als we een urine onderzoek doen?

Slide 30 - Mind map

Urine mag best een dag oud zijn
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quiz

De refractormeter gebruiken we voor?
A
het Soortelijk gewicht
B
Het zoeken van Wormeieren
C
Het vinden van kristallen
D
Om de geur te kunnen bepalen

Slide 32 - Quiz

Wat verteld het soortelijk gewicht ons?

Slide 33 - Open question

Waar letten we op tijdens het beoordelen van een Röntgen foto?
A
Scherpte en verlichting
B
Positionering en pigmentatie
C
Centrering en Belichting
D
Diafragmeren en de kleur

Slide 34 - Quiz

Wat is belangrijk tijdens het maken van een Rontgenfoto?

Slide 35 - Open question

Wat check je allemaal tijdens het klaar maken van de OK
A
Het bewakingssysteem/ anesthesie apparaat
B
De zuurstof
C
Jouw hartslag
D
Het dier

Slide 36 - Quiz

Een geamputeerde poot mag in de vuilnis bak.

A
Waar
B
Niet waar

Slide 37 - Quiz

Je ziet dat het zuurstof gehalte daalt op de monitor, wat doe je?

Slide 38 - Open question

Wat voor gegevens noteer jij op het operatie verslag

Slide 39 - Mind map

Jij geeft de hond mee na sterilisatie
Wat vertel jij de eigenaar?

Slide 40 - Open question

Zien we het examen zitten?
A
NEEEEEEEE
B
Ja hoor
C
Geen idee het is nog niet zover
D
We zien wel

Slide 41 - Quiz

Waar letten we op als we de slijmvliezen controleren?

Slide 42 - Open question