Interventies in de stervensfase zijn gericht op het bieden van comfort, verlichting van pijn en andere symptomen, en het ondersteunen van de emotionele en psychologische behoeften van de patiënt en diens naasten. De zorg in deze fase is vaak palliatief van aard, wat betekent dat de focus ligt op het verlichten van lijden in plaats van het genezen van de onderliggende aandoening. Hier zijn enkele belangrijke interventies:
Pijnbestrijding en symptoombestrijding:
Medicatie zoals morfine of andere opioïden wordt vaak gebruikt om pijn te verlichten.
Andere medicatie kan worden ingezet om symptomen zoals kortademigheid, misselijkheid, angst of verwardheid te behandelen.
Niet-medicamenteuze technieken zoals warmte, kou, massage of ontspanningsoefeningen kunnen ook helpen bij het verlichten van ongemak.
Ademhalingsondersteuning:
Bij kortademigheid kan zuurstoftherapie worden ingezet.
Patiënten kunnen ook baat hebben bij ademhalingsoefeningen of positionering (zoals het rechtop laten zitten) om de ademhaling te vergemakkelijken.
Voeding en hydratatie:
In de stervensfase is het vaak niet mogelijk of niet wenselijk om de patiënt via de mond te voeden of te hydrateren. In dergelijke gevallen kan vocht via intraveneuze infusie of subcutaan worden toegediend om uitdroging te voorkomen.
Het is belangrijk om te erkennen dat het stoppen van voedsel- en vochtinname in de stervensfase niet per se verergerend werkt voor het stervensproces.
Psychosociale en spirituele zorg:
Het is van groot belang om de psychologische, emotionele en spirituele behoeften van de patiënt en hun familie te ondersteunen. Dit kan bestaan uit gesprekken over zorgen of angsten, of het aanbieden van ondersteuning door een geestelijke verzorger of maatschappelijk werker.
Het is belangrijk om aandacht te besteden aan de beleving van de patiënt over het levenseinde en te helpen bij het verwerken van de ervaringen van het sterven.
Ondersteuning voor familie en naasten:
Het bieden van emotionele ondersteuning en praktische hulp aan de familie is essentieel. Dit kan het begeleiden van het rouwproces, het uitleggen van wat er gebeurt, of zelfs het bieden van hulpmiddelen voor het omgaan met verlies omvatten.
In sommige gevallen kan er ook hulp zijn bij het organiseren van de zorg voor de patiënt, bijvoorbeeld door zorgteams te coördineren.
Zorg voor het lichamelijke aspect van het sterven:
Het monitoren en behandelen van symptomen zoals uitdroging, urine-incontinentie of huidzweren is belangrijk om het comfort van de patiënt te waarborgen.
Het verminderen van stress bij de patiënt door rust en privacy te bieden.
Ethische overwegingen:
Bij het nemen van beslissingen over de zorg in de stervensfase is het belangrijk om rekening te houden met de wensen van de patiënt (bijvoorbeeld geavanceerde zorgplanning) en het familieledenbetrekken bij het besluitvormingsproces.
Deze interventies zijn bedoeld om de kwaliteit van leven van de patiënt te verbeteren in hun laatste fase en om een vredige, respectvolle overgang te bevorderen