Werken bij Kruitvat als winkelmedewerker




Werken bij Kruitvat als winkelmedewerker
1 / 25
next
Slide 1: Slide
EconomiePraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson




Werken bij Kruitvat als winkelmedewerker

Slide 1 - Slide

Laptops halen!
We gaan een interactieve quiz doen

Slide 2 - Slide

22

Slide 3 - Video

00:26
Wat kun je online allemaal kopen?
A
Boodschappen
B
Kleding
C
Verzorgingsproducten
D
Speelgoed

Slide 4 - Quiz

00:35
Een fysieke winkel,
wat bedoel hij daarmee?
A
Een winkel op internet (webshop).
B
Een winkel met sportspullen.
C
Een winkel in het echt.
D
Een winkel met spelletjes om je hersenen te trainen.

Slide 5 - Quiz

01:43
Wat wil Quinty later worden?
A
Pompbediende.
B
Winkelmedewerker.
C
Shopverslaafde.
D
Lerares.

Slide 6 - Quiz

02:19
Wanneer is de kruitvat opgericht?
A
1975
B
1999
C
1950
D
1965

Slide 7 - Quiz

02:25
Hoeveel Kruitvat winkels
zijn er in totaal?
A
2000
B
400
C
800
D
1000

Slide 8 - Quiz

02:40
In welke twee landen komt
de Kruitvat voor?
A
Nederland en Frankrijk.
B
Nederland en België.
C
Nederland en Duitsland.
D
Duitsland en België.

Slide 9 - Quiz

02:54
Wat is Virginia?
A
Finale manager.
B
Filiaal manager.
C
Eindbaas.
D
Manager.

Slide 10 - Quiz

03:06
Welke belangrijke eigenschap voor winkelmedewerker benoemt zij?
A
Altijd klanten aanspreken.
B
Klanten goed in de gaten houden.
C
De klant is koning.
D
Klantvriendelijk zijn.

Slide 11 - Quiz

03:24
Wat waren de taken die
Virginia noemde?
A
Kassa draaien, vakken vullen en kletsen met klanten.
B
Vakken vullen, spiegelen en magazijnwerk.
C
Spiegelen, kassa draaien, vakken vullen.
D
Spiegelen, kassa draaien en magazijnwerk.

Slide 12 - Quiz

03:51
Waarom zou de filiaal manager een groen shirt aanhebben i.p.v. rood?
A
Omdat ze een certificaat heeft voor drogisterij.
B
Omdat ze de leidinggevende is.
C
Omdat ze groen leuker vindt staan.
D
Omdat ze er al tien jaar of langer werkt.

Slide 13 - Quiz

04:37
''Deze is erg populair, denk ik.''
Waarom denkt hij dit?
A
Omdat gekleurde producten beter verkopen dan zwarte of witte.
B
Omdat het flesje een lekker geurtje afgeeft.
C
Omdat hij het product zelf heel goed vindt.
D
Omdat er nog maar weinig van over zijn - dus er veel van verkocht worden.

Slide 14 - Quiz

05:12
Tegen welk probleem
liepen ze aan?
A
Dat sommige producten in de schappen, niet in de trolley lagen.
B
Dat heel veel producten in hun trolley, niet eens in de schappen stonden.
C
Dat de barcode niet overeen kwam met veel producten.
D
Dat sommige producten helemaal geen prijskaartje hadden.

Slide 15 - Quiz

05:50
Waar is Fifo de afkorting van?
A
Fire in, forest out.
B
First is, first over.
C
First in, first out.
D
Finally in, forever out.

Slide 16 - Quiz

06:27
Waarom leggen ze de pakken
op de grond?
A
Omdat er geen plek meer is in de schappen.
B
Omdat die stapel nu ook een extra schap wordt.
C
Omdat ze niet de juiste pakken kunnen vinden.
D
Omdat ze een toren willen bouwen.

Slide 17 - Quiz

07:09
Wat moet je doen als je de vraag van een klant niet kunt beantwoorden?
A
Een grapje maken.
B
Bedenken waar het product zou kunnen liggen, en er samen heen lopen.
C
Vertellen dat je het niet weet, en dan weglopen.
D
Een ervaren medewerker erbij halen.

Slide 18 - Quiz

07:37
Hebben zij de klant goed begeleid?
A
Ja, ze hebben de klant netjes te woord gestaan.
B
Nee, ze hadden het beste de filiaal manager kunnen vragen.
C
Ja, ze gingen heel gericht zoeken naar een logische plek.
D
Nee, ze gingen als een kip zonder kop rondlopen met de klant.

Slide 19 - Quiz

08:15
Waar moet je goed in zijn als winkelmedewerker,
wat werd net genoemd?
A
Je moet sociaal overkomen op de klant.
B
Je moet hard door kunnen werken.
C
Je moet goed weten waar alles ligt.
D
Je moet klanten vriendelijk te woord staan.

Slide 20 - Quiz

09:04

Hoeveel zou deze bodylotion kosten?
A
3 euro
B
2,49 euro
C
2,29 euro
D
3,50 euro

Slide 21 - Quiz

09:55
Zit Quinty goed met haar 6,- ?
A
Nee, te hoog.
B
Bijna goed, heel dichtbij.
C
Ja, precies goed.
D
Nee, te laag.

Slide 22 - Quiz

11:11
De scheerfoam, hoe duur zou
deze zijn?
A
2,99 euro
B
3,95 euro
C
5,45 euro
D
0,99 euro

Slide 23 - Quiz

12:54

Heeft iedereen vaste functies
in de kruitvat?
A
Ja, de caissière staat altijd achter de kassa.
B
Nee, dit rouleert vaak wel.
C
Ja, daar zijn mensen voor opgeleid, dus dat is logisch.
D
Ja, de vakkenvullers zijn goed in wat ze doen.

Slide 24 - Quiz

13:28
Staat hij deze mevrouw goed te woord als winkelmedewerker?
A
Ja, want hij spreekt vriendelijk en glimlacht.
B
Mwah - als echte medewerker zou je iets minder grappig over alle chocolaatjes moeten doen.
C
Nee, want hij kijkt haar te weinig aan, dus zij voelt zich niet gezien.
D
Ja, want hij spreekt verstaanbaar Nederlands.

Slide 25 - Quiz