Herhalingsles Celleer en weefselleer

Examentraining
Cel en weefselleer 

1 / 25
next
Slide 1: Slide
SchoonheidsverzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Examentraining
Cel en weefselleer 

Slide 1 - Slide

Doel van de les 
1. Kent de toetstermen 1 en 2 (cel en weefselleer) behorende bij het examen fysiologie 

Slide 2 - Slide

Opbouw van de les
1.Kruiswoordpuzzel 


2. Quiz cel en weefselleer 
20 MC vragen 
timer
1:00

Slide 3 - Slide

1. Wat is de bouw van de cel?
(van buiten naar binnen)
A
Celmembraam,kern-membraam, celkern
B
Celmembraam, cellichaam, celkern
C
Kernmembraam, cellichaam, celkern

Slide 4 - Quiz

2. Wat is de belangrijkste kenmerk van het celmembraam?
A
dat deze semi- permeabel is
B
dat deze permeabel is
C
dat deze doorlaatbaar is voor water

Slide 5 - Quiz

3. Waaruit bestaat het cellichaam ?

Slide 6 - Open question

4. Als je ouder wordt verandert het cytoplasma van….
A
geleiachtig (gelvorm) naar vloeibaar (solvorm)
B
stroopvormig naar olieachtig
C
vloeibaar (solvorm) naar geleiachtig (gelvorm

Slide 7 - Quiz

5. Het kernplasma noemen we ook wel….

A
Cytoplasma
B
Nucleoplasma
C
Protoplasma

Slide 8 - Quiz

6. In een menselijke celkern
zitten…..paar chromosomen

Slide 9 - Open question

7. Cellen kunnen zich op 2 manieren delen: via mitose of meiose. Welke celdeling hoort bij welke cellen?
MITOSE
MEIOSE
HUIDCELLEN
ZAADCELLEN
BLOEDCELLEN
SPIERCELLEN
EICELLEN
BOTCELLEN

Slide 10 - Drag question

8. In welk gedeelte van de cel bevindt zich de erfelijkheid?

A
Celmembraam
B
Genen
C
Protoplasma
D
Cytoplasma

Slide 11 - Quiz

9. Waar vinden we meerlagig plaveisel epitheel?
A
geslachtsorganen
B
huid
C
neus en longen
D
darmen

Slide 12 - Quiz

10. Wat is de functie van het trilhaar epitheel?
A
opvangen van stofdeeltjes
B
afvoeren van stofdeeltjes
C
vochtig houden van de luchtwegen
D
opvangen en afvoeren van stofdeeltjes

Slide 13 - Quiz

11: Plaats de juiste afbeelding bij de juiste vorm van de cellen
cylindrische cellen
kubus cellen
plaveisel cellen
trilhaar cellen

Slide 14 - Drag question

Exocrien
Buisvormig

Endocrien
Exocrien
Trosvormig
Exocrien
Gemengd

Slide 15 - Drag question

13. Sleep de moeilijke woorden naar de juiste plek (= betekenis)
met afvoerbuis
zonder afvoerbuis
gehele kliercel wordt afgescheiden
gedeelte van de cel wordt afgescheiden
 alleen vloeistof wordt afgescheiden (kliercel blijft intact)
APOCRIEN
ECCRIEN
HOLOCRIEN
EXOCRIEN
ENDOCRIEN

Slide 16 - Drag question

Vegetatieve 
levensverrichtingen
Animale 
levensverrichtingen
Prikkelbaarheid
Voortplanting
Groei
Beweging
Stofwisseling

Slide 17 - Drag question

15. Uit welk weefsel is de lederhuid opgebouwd?
A
Dicht bindweefsel
B
Kraakbeenweefsel
C
Vast bindweefsel

Slide 18 - Quiz

16. Welke vorm hebben talgklieren?
(meerdere antwoorden)
A
alveolair
B
buisvormig
C
trosvormig
D
tubulair

Slide 19 - Quiz

17. De tussenwervelschijven zijn gemaakt van....
A
elastisch kraakbeen
B
hyalien kraakbeen
C
vezelig kraakbeen
D
botweefsel

Slide 20 - Quiz

18. Hoe heet het binnenste deel van het bot?
A
compact botweefsel
B
sponsachtig botweefsel
C
beenvlies
D
beenmerg

Slide 21 - Quiz

19. Welke spieren zijn glad en onwillekeurig?
A
mimische spieren
B
skeletspieren
C
hartspier
D
orgaanspieren

Slide 22 - Quiz

20. Welk soort weefsel heeft zowel een afscheidende als bedekkende functie?
A
Spierweefsel
B
Zenuwweefsel
C
Steunweefsel
D
Epitheelweefsel

Slide 23 - Quiz

Hoe is mijn kennis van cel en weefselleer ?
0100

Slide 24 - Poll

Volgende les 
- Herhalen huid (leren toetsterm 4)
- Toets cel,weefsel en huid (voortgang) 

Slide 25 - Slide