This lesson contains 22 slides, with text slides.
Een lapbook (schootboek) is een soort grote kaart met een
verzameling van mini-boekjes, klepjes en ander gevouwen materiaal waarin ruimte is voor tekeningen, verhalen en informatie.
Je kent de volgende begrippen en kunt deze in een lapbook over een gelezen boek duidelijk maken:
1. Genres
2. Realistisch
3. Inleven
4. Hoofdpersoon
5. Uiterlijke kenmerken
6. Karaktereigenschap
- In deze boeken is geschiedenis belangrijk.
- Vaak lees je in deze boeken over nieuwsgierige en leergierige personages van vroeger en over avontuur.
- Dit zijn realistische verhalen die spelen in de echte wereld, zoals jij die kent.
- Personages zouden echt kunnen zijn, gebeurtenissen zouden echt gebeurd kunnen zijn e.d.
- Het is voorstelbaar.
- Hier-en-nu kan humoristisch zijn, avontuurlijk, emotioneel, enzovoort.
- Bijvoorbeeld sprookjes.
- Verhalen over een oorlog (bijvoorbeeld als avontuur of als waarschuwing).
- Een verhaal dat zich altijd in de verre toekomst
afspeelt.
- In fantasyboeken wordt er altijd over een andere
wereld (eventueel naast de wereld die wij kennen) geschreven.
- In deze andere wereld kunnen andere wezens e.d. bestaan.
- Boeken met gedichten.
- Boeken met griezelverhalen.
Hoe iemand eruitziet.
Bijvoorbeeld: lang, slank, bruine ogen en blond haar.
Hoe iemand is.
Bijvoorbeeld: vrolijk, slordig, grappig, lui of rustig.
Werk je lapbook netjes af met plaatjes en/of tekeningen die iets te maken hebben met het verhaal.
Je gaat een boek lezen en maakt daarna een lapbook.
Je laat hierbij zien dat je de geleerde begrippen begrijpt.