5. Geef geen antwoorden met
zij of
hun of
hij.... Maar met een duidelijk onderwerp. Een zin begint niet met:
Omdat6. Lees goed wat je moet beantwoorden! Staat er een begrip in de vraag laat dan blijken dat je het begrip kent.
7. Sla een regel over tussen de open vragen
8. Weet je het even niet? Sla de vraag even over....