HEY 4.3 Resonantie

4.3 Resonantie
Les 1
1 / 35
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Items in this lesson

4.3 Resonantie
Les 1

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Je leert wat resonantie is en hoe het kan ontstaan.
Je leert wat het begrip eigenfrequentie inhoudt.

Slide 2 - Slide

Trillingstijd is de tijd tussen een
A
top en een dal
B
een dal en een dal
C
een top en een top

Slide 3 - Quiz

Wat is niet waar?
Amplitude is de:
A
afstand tussen de twee uiterste standen
B
eigenschap van een trilling
C
afstand tussen de uiterste- en de evenwichtsstand
D
afstand tussen de twee uiterste standen gedeeld door 2

Slide 4 - Quiz

Hoe hoger de toonhoogte van het geluid, hoe hoger de amplitude
A
waar
B
niet waar

Slide 5 - Quiz

Tot nu toe
Trilling: een herhaalde beweging met een evenwichtsstand.

Trillingstijd (T)
Frequentie (f)
Uitwijking (u)
Amplitude (A)

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Eigentrilling en eigenfrequentie

Een trilling die een voorwerp van 
zichzelf uitvoert heet de eigentrilling.

De frequentie van die trilling heet de 
eigenfrequentie

Slide 8 - Slide

Resonantie
Als een voorwerp een eigenfrequentie heeft die overeenkomst met een trilling van
buitenaf, dan gaat het voorwerp ook trillen.

Dit heet resonantie.

De trilling van buitenaf heet een 
gedwongen trilling.

Slide 9 - Slide

Massa-veersysteem
1) Massa stil hangen aan de veer.



Rekenen met de kracht en de veerconstante.
2) Massa op en neer laten bewegen aan de veer.


Berekeningen zoals bij een trilling.

Slide 10 - Slide

Veerconstante 
De veerconstante geeft aan hoeveel kracht er nodig
is om een veer één meter uit te rekken.


F=Cu
F is de kracht in Newton (N)
C is de veerconstante in 
    Newton per meter (N/m)
u is de uitwijking in meter (m)

Slide 11 - Slide

Massa-veersysteem
De trillingstijd van een massa-veersysteem hangt af 
van de massa en de veerconstante.




Amplitude heeft dus geen invloed.
T=2π(Cm)
T is de trillingstijd in seconde (s)
m is de massa in kilogram (kg)
C is de veerconstante in 
    Newton per meter (N/m)

Slide 12 - Slide

Massa-veersysteem
T=2π(Cm)
T2=22π2Cm
T2C=4π2m
C=T2(4π2m)
m=4π2(T2C)

Slide 13 - Slide

Wat is resonantie?
A
Een toestand waarin een systeem hard gaat trillen
B
Een toestand waarin een systeem trilt in de eigenfrequentie
C
Een toestand waarin een systeem kapot gaat
D
Een toestand waarin een systeem begint te draaien

Slide 14 - Quiz

Wat is de formule voor de trillingstijd van een massa-veer systeem?
A
T = 2π √(C/m)
B
T = √(m/C)
C
T = 2π √(m/C)
D
T = √(C/m)

Slide 15 - Quiz

Wat gebeurt er met een massa-veer systeem als de massa groter wordt?
A
De trillingstijd neemt toe.
B
De trillingstijd neemt af.
C
De frequentie neemt toe.
D
De frequentie neemt af

Slide 16 - Quiz

Een stoel in een vrachtwagen trilt mee met de vrachtwagen.
I. De vrachtwagen geeft de stoel dan een gedwongen trilling.
II. De amplitude van de stoel zal nooit groter zijn dan de amplitude van de vrachtwagen.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 17 - Quiz

Hieronder 2 stellingen over een massa-veersysteem.
I. Een veerconstante van 2,55 N/m is gelijk aan 255 N/cm.
II. De eigenfrequentie van een massa-veersysteem is alleen afhankelijk van de massa.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 18 - Quiz

Nabespreken opdrachten huiswerk

Slide 19 - Slide

Aan de slag!
4.3 Resonantie
Maken opdr. 27 t/m 33
Nakijken

Slide 20 - Slide

4.3 Resonantie
Les 2

Slide 21 - Slide

Nabespreken opdr. huiswerk

Slide 22 - Slide

Leerdoelen
Je leert wat resonantie is en hoe het kan ontstaan.
Je leert wat het begrip eigenfrequentie inhoudt.

Slide 23 - Slide

Eigentrilling / eigenfrequentie
Als je op tafel slaat.....
Als je op een glas tikt....
Als je een gitaarsnaar aanslaat....

Elk voorwerp heeft zijn eigen geluid, oftewel een eigenfrequentie. Dat wil zeggen dat elk voorwerp een eigen trillingstijd heeft.                                                                                 blz. 120
T=f1

Slide 24 - Slide

Eigentrilling massa-veer systeem
De trillingstijd van een massa-veer systeem
hangt af van:

  • massa (kg)
  • veerconstante (N/m)

De grootte van C zegt iets over de stugheid v/d veer!
T=2πCm

Slide 25 - Slide

Gedwongen trilling
Een gedwongen trilling is een trilling die van buitenaf op het voorwerp wordt uitgevoerd;
  • het duwen van een schommel
  • een hobbelende weg
  • afzetten op de trampoline

Hoe kun je een trilling dempen?                                   Schets (u-t)

Slide 26 - Slide

Wat en wanneer resonantie?
De eigenfrequentie van het voorwerp is gelijk aan de frequentie van de gedwongen trilling;
Hierdoor zal de amplitude steeds groter worden. Denk maar als je de schommel steeds op het juiste moment een zetje geeft. 

Schets u-t: -->

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

Slide 29 - Video

Slide 30 - Video

De trillingstijd is het grootst bij een
..... veerconstante
A
grote
B
kleine

Slide 31 - Quiz

De trillingstijd is het grootst bij een
...... massa
A
grote
B
kleine

Slide 32 - Quiz

Wat is waar?
A
De veerkracht wijst altijd naar de evenwichtsstand
B
De veerkracht is het grootst bij een kleine uitwijking
C
De uitwijking en de veerkracht hebben dezelfde richting

Slide 33 - Quiz

De snelheid is nul
A
bij de maximale uitwijking
B
in de evenwichtsstand

Slide 34 - Quiz

Aan de slag!
4.3 Resonantie
Maken opdr. 34 t/m 39
Nakijken

Slide 35 - Slide