9.4 Ziek deel 2

Welkom
Telefoon thuis of in de kluis
Jas uit en tas van tafel
Pak je boek en aantekeningen schrift



1 / 22
next
Slide 1: Slide
BiologieWOStudiejaar 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom
Telefoon thuis of in de kluis
Jas uit en tas van tafel
Pak je boek en aantekeningen schrift



Slide 1 - Slide

Planning
Korte terugblik vorige les.
Vervolg uitleg 9.4 'Ziek'

Huiswerk: 18 t/m 25 (behalve 23, 25b )



Slide 2 - Slide

9.4 'Ziek' deel 1
Overleg met je buurman/vrouw
Benoem stap voor stap hoe antistofcellen 
een ziekteverwekker uitschakelen en
 wat vreetcellen vervolgens doen.

Slide 3 - Slide

Leerdoelen
Je kan uitleggen hoe je lichaam op eigen kracht immuun wordt.
Je kan uitleggen hoe vaccinaties werken.
Je kan uitleggen wat er gebeurd als je een nieuw orgaan of weefsel nodig hebt.

Slide 4 - Slide

Hoe wordt je immuun?
Er zijn 3 manieren om immuun te worden tegen ziekteverwekkers.
1. Besmetting door ziekteverwekker.
2. Vaccinatie met antigenen.
3. Injectie met antistoffen.

Er zijn 2 soorten immuniteit: 
Actieve immuniteit en passieve immuniteit.

Slide 5 - Slide

Immuniteit door besmetting
Om een ziekteverwekker te bestrijden zijn er antistofcellen nodig.
Deze zorgen voor de aanmaak van antistoffen.
Na bestrijding gaan ze dood. 
Een deel blijft over, dit worden geheugencellen.
Geheugencellen blijven in het lichaam. 
Ze worden weer actief bij een nieuwe besmetting
 van dezelfde ziekteverwekker.
Dan wordt je niet meer ziek. Je bent immuun. 

Dit is een voorbeeld van actieve immuniteit.

Slide 6 - Slide

Immuniteit door vaccinatie
Een vaccin bestaat uit een verzwakte ziekteverwekker.
Het lichaam gaat zelf antistoffen aanmaken tegen deze ziekteverwekker.
Het lichaam maakt zelf antistoffen en 
geheugencellen. Dit kost tijd. Je bent dan
beschermt tegen een volgende infectie.

Het is een voorbeeld van actieve 
immuniteit.

Slide 7 - Slide

Immuniteit door antistoffen
Immuniteit door een kant-en-klare injectie met antistoffen tegen een ziekteverwekker gebeurd met een seruminjectie.
Het is een voorbeeld van passieve 
immuniteit.
Het lichaam wordt geholpen met 
bescherming tegen ziekteverwekkers.

Slide 8 - Slide

Rijksvaccinatie programma
Alle kinderen krijgen een uitnodiging voor vaccinaties.
Verschillende soorten vaccinaties.

Slide 9 - Slide

Wat gebeurd er je een nieuw orgaan of weefsel nodig hebt?
Je kan ook ziek zijn zonder dat deze over gaat. Dit noemen we een chronische ziekte. Is een orgaan te erg beschadigt, dan moet deze vervangen worden. Dit is een orgaantransplantatie.
Dan moet het afweersysteem  uitgeschakeld worden. Gebeurd dat niet, dan is er risico voor orgaanafstoting. Dit kan voorkomen worden door afweerremmers te slikken. Dit remt de aanmaak van antistoffen tegen lichaamsvreemd weefsel.

Slide 10 - Slide

Huiswerk
Maak opdracht 18 t/m 25
Behalve 23 en 25b
Kijk na als je klaar bent.

Oefenen: deze LessonUp + biologiepagina.nl

Slide 11 - Slide

Geheugencellen zorgen voor immuniteit. Wat houdt dat in?

Slide 12 - Open question

Vaccinatie zorgt dus voor immuniteit. Hoe werkt een vaccin eigenlijk dan?

Slide 13 - Open question

Het Covid-19 vaccin zorgt voor immuniteit tegen corona. Wat voor soort immuniteit is dat?
A
Natuurlijke actieve immuniteit
B
Natuurlijke passieve immuniteit
C
Kunstmatige actieve immuniteit
D
Kunstmatige passieve immuniteit

Slide 14 - Quiz

Meisjes in Nederland krijgen een prik tegen het HPV-virus. Wat voor soort immuniteit levert dat op?
A
Natuurlijke actieve immuniteit
B
Natuurlijke passieve immuniteit
C
Kunstmatige actieve immuniteit
D
Kunstmatige passieve immuniteit

Slide 15 - Quiz

Je bent gebeten door een hond. Als je niets doet loop je grote kans om tetanus te krijgen. Je krijgt daardoor altijd van de huisarts een prikje. Wat voor immuniteit levert dat op?
A
Actieve immuniteit
B
Passieve immuniteit

Slide 16 - Quiz

De griepprik en de coronaprik zorgen voor actieve immunisatie. Toch moeten veel mensen met verhoogde gezondheidsrisico's elk jaar een griepprik halen (en wellicht ook coronaprikken). Leg dit uit.

Slide 17 - Open question

Een bepaald type diabetes kan worden genezen door het verkrijgen van een nieuw orgaan.
- Welk type diabetes?
- Welk soort orgaan?
A
Diabetes type I Lever
B
Diabetes type I Alvleesklier
C
Diabetes type II Lever
D
Diabetes type II Alvleesklier

Slide 18 - Quiz

Het vinden van een juiste 'match' is heel erg belangrijk bij orgaandonaties.
Is de match niet juist, dan kan het ontvangen orgaan worden 'afgestoten' door de afweer van de ontvanger. Het orgaan zal dan uiteindelijk afsterven.

Leg dit uit. Gebruik de termen lichaamseigen, lichaamsvreemd, antistoffen, antigenen

Slide 19 - Open question

Beredeneer wie de beste match zou zijn als het aankomt op het verkrijgen van een donororgaan
A
Vader / moeder
B
Opa / oma
C
Neef / nicht
D
Broer / zus

Slide 20 - Quiz

Benoem een voordeel en een nadeel van het gebruik van afweerremmers.

Slide 21 - Open question

De meeste orgaandonaties komen vanuit overleden personen (hoe jonger hoe beter). Er zijn ook bepaalde organen die van uit een levend persoon gedoneerd kunnen worden. Welke?

Slide 22 - Open question