Les 32: Unité 3 introduction: après les cours (19 + 21 maart)

Zinnen maken + interview vragen
                    Bonjour!

   



1 / 21
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Zinnen maken + interview vragen
                    Bonjour!

   



Slide 1 - Slide

Zinnen maken + interview vragen
                    
Les questions du jour:


1. Comment ça va ?

2. C'est quel jour, aujourd'hui ?

Aujourd'hui, c'est ........... 21 mars 2025





Slide 2 - Slide

Zinnen maken + interview vragen
                    
Afspraken

1. Tassen tegen de tafels aan. 
2. Telefoons in de telefoontas. Pas als de bel gaat richting deur 
en telefoontas.
3. Elkaar laten uitpraten





Slide 3 - Slide

Zinnen maken + interview vragen
                    
Menu du jour:

1. Wat gaan we doen tot de vakantie ?
2. Intro ‘Après les cours’
3. Les jours de la semaine
4. Vocabulaire: apprendre 1
5. ‘Regarder’/ Les devoirs





Slide 4 - Slide

Zinnen maken + interview vragen
                    
Les objectifs:

1. Aan het einde van de les ken je een aantal verschillen tussen Nederlandse en Franse scholen.

2. Ken je de dagen van de week en een paar schoolvakken





Slide 5 - Slide

Slide 6 - Link

Zinnen maken + interview vragen

Après les cours, page 74

In stilte lezen: 3 min

Daarna: log in op lessonup !
timer
3:00

Slide 7 - Slide

Welke verschillen kunnen jullie noemen tussen school in NL en FR ?

Slide 8 - Mind map

Noem een voordeel en een nadeel van naar school gaan in Frankrijk

Slide 9 - Mind map

Vocabulaire
de dagen van de week
in het Frans

Slide 10 - Slide

les jours de la semaine
lundi           =  maandag    ( > Luna = Maan / Godin vd Maan
mardi         =  dinsdag       ( > Mars / God vd Oorlog )
mercredi  =  woensdag  ( > Mercurius / Boodschapper vd Goden)
jeudi           =  donderdag ( > Jupiter / Vorst v Romeinse Goden)
vendredi   =  vrijdag          ( > Venus / Godin vd Liefde)
samedi      =  zaterdag      ( > latijn: "Sabbat")
dimanche  =  zondag       ( > latijn: "Dag des Heren")

Slide 11 - Slide

de dagen van de week
les jours de la semaine
dinsdag =
A
lundi
B
mardi
C
mercredi
D
dimanche

Slide 12 - Quiz

de dagen van de week
les jours de la semaine
maandag =
A
dimanche
B
mardi
C
samedi
D
lundi

Slide 13 - Quiz

de dagen van de week
les jours de la semaine
vrijdag =
A
lundi
B
mercredi
C
vendredi
D
samedi

Slide 14 - Quiz

de dagen van de week
les jours de la semaine
woensdag =
A
lundi
B
mercredi
C
mardi
D
jeudi

Slide 15 - Quiz

de dagen van de week
les jours de la semaine
donderdag =
A
mardi
B
mercredi
C
jeudi
D
vendredi

Slide 16 - Quiz

de dagen van de week
les jours de la semaine
zondag =
A
jeudi
B
vendredi
C
samedi
D
dimanche

Slide 17 - Quiz

de dagen van de week
les jours de la semaine
zaterdag =
A
lundi
B
samedi
C
jeudi
D
mercredi

Slide 18 - Quiz

maandag
donderdag
dinsdag
woensdag
zondag
zaterdag
vrijdag
lundi
mardi
mercredi
jeudi
vendredi
samedi
dimanche

Slide 19 - Drag question

Zinnen maken + interview vragen

Apprendre 1, page 100

1. Onderstreep in duo’s de klemtoon van elk woord met een
dunne streep… Bekijk ook meteen goed de betekenis van de woorden



2. Samen voorlezen, zet een dikke streep onder het juiste accent


timer
4:00

Slide 20 - Slide

Zinnen maken + interview vragen

Les devoirs pour le prochain cours

1. Faire (maken) : Kijk de vlog en maak exercice 1 + 2 + 3 + 4
page 76-77-78

2. Leren (apprendre) : apprendre 1  page 100

3. Lezen (Lire) : apprendre 2 page 101




Slide 21 - Slide