Some and Any + Pronouns

Unit 4.4
- At the end of this lesson you know when 
to use some and any.
- At the end of this lesson you know the 
how to use possessive pronouns.
1 / 30
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, vwoLeerjaar 2,3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Unit 4.4
- At the end of this lesson you know when 
to use some and any.
- At the end of this lesson you know the 
how to use possessive pronouns.

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

SOME & ANY
Betekenis: een paar, een beetje, wat, enkele
Maar wanneer gebruik je some en wanneer gebruik je any?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

SOME • when to use it? 
1. In bevestigende / positieve zinnen
   We bought some flowers
2. In een vraag als je verwacht dat het 
   antwoord "ja" is
   Can I have some water please?
3. Bij een aanbod of verzoek
   Would you like some tea?
   
    
 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

ANY • when to use it?
1. In ontkennende / negatieve zinnen


2. In vraagzinnen - waarvan het antwoord 
     nog niet zeker is

We didn't buy any flowers.
They arrived without any delay.

Slide 5 - Slide

Bij vraagzinnen: hoe maak je duidelijk aan de leerlingen om welke zinnen het gaat. Aangezien vraagzinnen ook some kunnen bevatten. 
ANY • when to use it?
1. In ontkennende / negatieve zinnen


2. In vraagzinnen - waarvan het antwoord 
     nog niet zeker is
     Do you have any luggage?
             
We didn't buy any flowers.
They arrived without any delay.
negative

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

ANY • when to use it?
1. In ontkennende / negatieve zinnen


2. In vraagzinnen - waarvan het antwoord 
     nog niet zeker is
     Do you have any luggage?
                          Maybe, maybe not.
We didn't buy any flowers.
They arrived without any delay.
negative

Slide 7 - Slide

Bij vraagzinnen: hoe maak je duidelijk aan de leerlingen om welke zinnen het gaat. Aangezien vraagzinnen ook some kunnen bevatten. 
SOME



ANY 
Gebruik je bij: 

- Bevestigende zinnen;
- Vragen waarbij je verwacht dat het antwoord "ja" is;
- Als het een aanbod of verzoek is.
Gebruik je bij: 

- Ontkennende / Negatieve zinnen;
- Alle andere vraagzinnen.


Let op woorden zoals,
without, hardly, never

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

SOME / ANY

They didn't make ... mistakes
A
some
B
any

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

SOME / ANY

I am going to buy ... flowers.
A
some
B
any

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

SOME / ANY

I can't pay. I haven't got ... money.
A
some
B
any

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

SOME / ANY

I haven't seen ... good movies lately.
A
some
B
any

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

SOME / ANY

Those apples look nice! Shall we get ...?
A
some
B
any

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

COMBINING SOME & ANY
Some and any kunnen ook in andere vormen voorkomen:
  • Somebody -- anybody
  • Something -- anything
  • Someone -- anyone
  • Somewhere -- anywhere 

Hierbij wordt de betekenis: iemand, ergens 
of iets en de regels blijven hetzelfde :)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Possessive pronouns: gebruik
  1. This is my favourite book.
  2. The book is mine.

Wat is de vertaling van zin 1?
 

Wat is de vertaling van zin 2?




Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Possessive pronouns: gebruik
  1. This is my favourite book.
  2. The book is mine.

Wat is de vertaling van zin 1?
--> Dit is mijn favourite boek. 

Wat is de vertaling van zin 2?




Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Possessive pronouns: gebruik
  1. This is my favourite book.
  2. The book is mine.

Wat is de vertaling van zin 1?
--> Dit is mijn favourite boek. 

Wat is de vertaling van zin 2?
--> Het boek is van mij



Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Possessive pronouns: vorm
Possessive pronouns: bezittelijke voornaamwoorden
Je gebruikt deze om aan te geven dat iets een bezit is. 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Possessive pronouns
my
mijn
You are my friend
Jij bent mijn vriend
your
jouw
I like your phone
Ik vind jouw telefoon leuk
his
zijn
His sister is sweet
Zijn zus is lief
her
haar
She pets her cat
Zij aait haar kat
its
zijn of haar (van dingen en dieren)
The cat licks its tail
De kat likte zijn/haar staart
our
ons / onze
We like our school
We vinden onze school leuk
your
jullie
I hate your ringtones
Ik haat jullie ringtones
their
hun
They read their books
Zij lezen hun boeken

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

NIET it's

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

+ s

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

hetzelfde

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

anders

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Use the correct possessive pronoun:
Is this ... umbrella?
A
your
B
yours
C
hers
D
them

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Choose the correct possessive pronoun.

_____ teacher is very funny. (onze)
A
its
B
your
C
their
D
our

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Choose the correct possessive pronoun

Jack and Jane are from France. Nicole is ________ mother
A
their
B
our
C
my
D
her

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Pick the right possessive pronoun:
The dog is on .. leash.
A
his
B
her
C
its
D
they

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Translate: Het is van haar.

Slide 30 - Open question

This item has no instructions