Oefentoets Recht P2

1 / 22
next
Slide 1: Slide
LOBMBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Oefentoets Recht
20 vragen
Ongeveer 30 minuten
Wil je uitleg of toelichting? Stel je vraag direct.
Succes!

Slide 2 - Slide

Waar staat de afkorting AVG voor?
A
Algemene Verdediging Gegevens
B
Algemene Verordening Gegevensbescherming
C
Algemene Vaststelling Gegevensbescherming
D
Algemene Verordening Gegevensverdediging

Slide 3 - Quiz

Wat is géén taak van de Autoriteit Persoonsgegevens?
A
Zij geven advies over nieuwe regelgeving AVG
B
Zij onderzoeken gemelde datalekken
C
Zij houden toezicht op naleving van de AVG
D
Zij verwerken aangiftes bij de Burgerlijke Stand

Slide 4 - Quiz

Welke van de onderstaande gegevens behoort niet tot de directe persoonsgegevens?
A
Kenteken
B
Naam
C
Adres
D
Geboortedatum

Slide 5 - Quiz

Iemand verricht arbeid voor de overheid. Over welke juridische constructie voor verrichten van arbeid spreken we?
A
Arbeidsovereenkomst
B
Overeenkomst van opdracht
C
Aanstelling als ambtenaar
D
Aannemen van werk

Slide 6 - Quiz

Aan welke drie kenmerken herken je de arbeidsovereenkomst altijd?
A
Loon, Gezag en Arbeid
B
Loon, verlof en Arbeid
C
Inschaling, Gezag en Arbeid
D
Loon, Gezag en werkzaamheden

Slide 7 - Quiz

Waar staat de afkorting CAO voor?
A
Collectieve Arbeids Opgave
B
Centrale Arbeids Overeenkomst
C
Collectieve Arbeids Overeenkomst
D
Collectieve Aanstellings Overeenkomst

Slide 8 - Quiz

Henk werkt 4 dagen per week als marketeer. Op hoeveel vakantiedagen heeft hij minimaal recht?
A
16
B
12
C
20
D
24

Slide 9 - Quiz

Welke van onderstaande regelingen is géén officiële verlofregeling?
A
Kraamverlof
B
Calamiteitenverlof
C
Seizoensverlof
D
Zwangerschapsverlof

Slide 10 - Quiz

Lida meldt zich ziek. Arm gebroken. Na hoeveel dagen moet haar werkgever de bedrijfsarts inschakelen?
A
Uiterlijk op de 5e dag
B
Uiterlijk op de 7e dag
C
Uiterlijk op de 10e dag
D
De bedrijfsarts is in dit geval niet nodig

Slide 11 - Quiz

Mia wordt na 11 dienstjaren ontslagen. Wat is de opzegtermijn voor haar werkgever?
A
1 maand
B
2 maanden
C
3 maanden
D
4 maanden

Slide 12 - Quiz

Onder welk rechtsgebied valt Sociale Zekerheid?
A
Strafrecht
B
Staatsrecht
C
Civiel Recht
D
Bestuursrecht

Slide 13 - Quiz

Werknemersverzekeringen zijn?
A
Participatiewet en Ziektewet
B
Ziektewet en Werkeloosheidswet
C
Werkeloosheidswet en Wajong
D
Ziektewet en Toeslagenwet

Slide 14 - Quiz

Waar staat de afkorting AOW voor?
A
Algemene Ouderdoms Wet
B
Arbeids Ongeschiktheids Wet
C
Algemene Opvang Wet
D
Arbeid en Ontslag Wet

Slide 15 - Quiz

Welke van onderstaande onderdelen behoort NIET tot het Burgerlijk Recht?
A
Personen- en familierecht
B
Vermogensrecht
C
Sociale Zekerheidsrecht
D
Rechtspersonenrecht

Slide 16 - Quiz

Welke onderdelen behoren tot het Personen- en familierecht
A
Overlijden, Geboorte en Arbeid
B
Trouwen, Naam en Geboorte
C
Scheiden, Hypotheek en Geboorte
D
Overlijden, Vermogen en Naam

Slide 17 - Quiz

Binnen hoeveel dagen moet de aangifte van een geboorte worden gedaan?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 18 - Quiz

De zoon van mijnheer en mevrouw Vliegen is geboren. Zij noemen hem Sietze. Mag Sietze zijn naam wijzigen?
A
Nee, dat mag in geen enkel geval.
B
Ja, dat mag altijd.
C
Nee, er mag gelachen worden.
D
Ja, zijn naam kan de lachlust opwekken.

Slide 19 - Quiz

Simon is 16 jaar en koopt zelfstandig een scooter. Mogen zijn ouders Simon's aankoop ongedaan maken?
A
Nee, Simon is 16 jaar en mag een scooter rijden.
B
Nee, Simon heeft er zelf hard voor gewerkt en gespaard.
C
Ja, Simon is nog geen 18 jaar en daarmee handelingsonbekwaam.
D
Ja, Simon heeft nog geen bromfietsrijbewijs.

Slide 20 - Quiz

Een meerderjarige kan door de Rechtbank (tijdelijk) handelingsonbekwaam worden verklaard. Hoe noem je dit?
A
Onder Curatele
B
Onder Curantaine
C
Onder Curandus
D
Onder Curator

Slide 21 - Quiz

Hoe hoger je inkomen, hoe hoger je belastingpercentage. Hoe noemen we dit stelsel?
A
Progressief
B
Proportioneel
C
Proletarisch
D
Procedureel

Slide 22 - Quiz