This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 15 min
Items in this lesson
Oefentoets
Hoofdstuk water
§1 t/m 4
Slide 1 - Slide
Geef aan welke zin(nen) juist is / zijn.
A
Oppervlaktewater is al het water op aarde
B
Oppervlaktewater is een vernieuwbare voorraad
C
De aarde bestaat voor 97,5% uit oppervlaktewater
Slide 2 - Quiz
Wat zijn manieren om toch aan water te komen in een droog gebied zonder rivier? Meerdere antwoorden zijn mogelijk.
A
stuwdammen bouwen
B
water pompen uit aquifers
C
ontzilten van zeewater
D
herbebossing in natuurgebieden
Slide 3 - Quiz
Wat is de juiste volgorde bij de korte waterkringloop?
A
condenseren, wolken, neerslag boven land, opstijgen, verdampen, afkoelen
B
opstijgen, afkoelen, wolken, neerslag boven zee, verdampen, condenseren
C
opstijgen, verdampen, condenseren, wolken, neerslag boven land, afkoelen
D
verdampen, opstijgen, afkoelen, condenseren, wolken, neerslag boven zee
Slide 4 - Quiz
Leg uit wat een negatieve waterbalans is.
Slide 5 - Open question
Bekijk de figuur. Welke woorden horen bij de romeinse cijfers I en II?
A
1 = diep grondwater, 2 = water in meren en rivieren
B
1 = water in meren en rivieren, 2 = water in planten
C
1 = water in planten, 2 = water in ijskappen en gletsjers
D
1 = water in ijskappen en gletsjers, 2 = diep grondwater
Slide 6 - Quiz
Bekijk de figuur. Welke begrippen horen hierbij? Meerdere antwoorden zijn goed.
A
piekafvoer
B
nuttige neerslag
C
klimaatdiagram
D
waterbalans
Slide 7 - Quiz
Welke watervoorraad is niet-vernieuwbaar?
A
Grondwater buiten een aquifer
B
Grondwater in een aquifer
C
Rivierwater
D
Oppervlaktewater
Slide 8 - Quiz
Bij hoge waterstanden in rivieren wordt overtollig water soms opgeslagen in retentiegebieden. Bij welk onderdeel van de drietrapsstrategie past deze vorm van waterbeheer het beste?
A
Vasthouden
B
Bergen
C
Lozen
Slide 9 - Quiz
Waterstress zal in de toekomst steeds groter worden. Geef de belangrijkste verklaring daarvoor.
Slide 10 - Open question
Bekijk de figuur. Geef aan waar de minste overlast zal zijn bij piekafvoer en leg uit waarom dat zo is.
Slide 11 - Open question
Tijdens de huidige zomer is er in Nederland sprake van zeer weinig nuttige neerslag. Leg uit hoe dat komt.
Slide 12 - Open question
Wat is een negatieve waterbalans
A
Er is te veel water
B
Er is te weinig water
C
Er is precies genoeg water
D
Het water is vervuild
Slide 13 - Quiz
Hoe komt het dat Nederland veel polders heeft, terwijl die in andere landen vaak ontbreken?
Slide 14 - Open question
Een nevengeul is een geul langs een rivier bedoeld om meer water te bergen en af te voeren
A
waar
B
niet waar
Slide 15 - Quiz
Waarom moet er in de toekomst meer gedaan worden tegen kustafslag?
Slide 16 - Open question
Zijn deze uitspraken juist of onjuist? I Gemaal 1 pompt water in en uit de polder. II Gemaal 2 pompt water in en uit de polder.