5.6 Spieren en beweging



WAT
* lezen, maken, nakijken 5.5
** lezen, maken, nakijken 5.6
**test jezelfs 5.5 en 5.6
** *groene context opgaven
*** examenopgaven T4 + T5

HOE
individueel
in stilte


HULP NODIG
  1. kijk in de tekst in je basisstof
  2. schrijf je vraag op, vraag na afloop of tijdens een R-les aan je docent
actie - IN STILTE
timer
10:00
1 / 34
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson



WAT
* lezen, maken, nakijken 5.5
** lezen, maken, nakijken 5.6
**test jezelfs 5.5 en 5.6
** *groene context opgaven
*** examenopgaven T4 + T5

HOE
individueel
in stilte


HULP NODIG
  1. kijk in de tekst in je basisstof
  2. schrijf je vraag op, vraag na afloop of tijdens een R-les aan je docent
actie - IN STILTE
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Hoofdstuk 5.6 Spieren

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide


A
Op plaats P
B
Op plaats Q
C
Op plaats R
D
Op plaats S

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Slide


A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 6 - Quiz

Wat zijn antagonisten
A
Spieren met een zelfde werking
B
Spieren met een tegenovergestelde werking

Slide 7 - Quiz

Leerdoelen
  • Je kunt de bouw en functie van glad spierweefsel en dwarsgestreept spierweefsel beschrijven.
  • Je kunt de bouw en werking van spieren beschrijven.
  • Je kunt de effecten van training, revalidatie en dopinggebruik uitleggen.

Slide 8 - Slide

3 typen spieren
Verschillen in locatie, bouw en in aansturing
Gladde spieren - rond organen, glad - langzaam en onbewust
Skeletspieren - bevestigd aan botten, dwarsgestreept, snel en bewust
Hartspieren - in het hart, dwarsgestreept/ netstructuur - onbewust

Slide 9 - Slide

Dwarsgestreept spierweefsel
Glad spierweefsel

Slide 10 - Slide

Glad spierweefsels
Kenmerken:
  1. Langwerpige spiercellen
  2. 1 celkern per cel
  3. Trage samentrekking, maar niet snel vermoeid
  4. Geïnnerveerd door autonome zenuwstelsel

Komt voor in:
  1. huid                       4. bloedvaten
  2. darmkanaal       5. iris
  3. ademspieren

Slide 11 - Slide

Dwarsgestreept
spierweefsel 
Kenmerken:
  1. Bestaat uit spiervezels
  2. Ontstaat door versmelting van veel spiercellen
  3. Snelle samentrekking maar snel vermoeid
  4. Geïnnerveerd door animale zenuwstelsel

Komt voor in:
  1.  Skelet (zitten vast aan botten)

Slide 12 - Slide

Hoe komt een spier aan de energie voor het samentrekken?

Slide 13 - Open question

Bouw van de spier

Slide 14 - Slide

Skeletspieren
Skeletspieren zitten vast aan het skelet met een pees.

Van groot naar klein:
Spier -> spierbundel -> spiervezel -> spierfibril -> spiercel 

Motorische eenheid:
alle spiervezels die via motorische eindplaatsjes in verbinding staan met één bewegingszenuwcel

Slide 15 - Slide

Spierfibrillen
Tussen de fibrillen liggen veel mitochondriën en glycogeenkorrels.

Een spierfibril bestaat uit 2 soorten eiwitdraden, die filamenten heten.
  • Myosine (donkere band)
  • Actine (lichte band)

Door impulsen schuiven actine en myosine in elkaar, daardoor wordt de spiervezel korter.


Slide 16 - Slide

bouw spierfibril
Spierfibril: actine en myosine bij elkaar in een spierfibril

Slide 17 - Slide

Samentrekken van spieren
Hoe trekt een spier samen:
  1. Een bewegingszenuwcel geeft impuls door via een motorische eindplaatje
  2. Als reactie schuiven de myosine- en actinefilamenten in elkaar (hierdoor wordt de spier korter)

Energie (ATP) nodig voor de samentrekking: verbranding van glucose

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Welke type spierweefsel vinden we in de skeletspieren?
A
glad spierweefsel
B
dwarsgestreept spierweefsel

Slide 21 - Quiz

Waarom is goede doorbloeding van de spieren erg belangrijk voor het functioneren van de spieren. Geef 2 redenen.

Slide 22 - Open question

Spieren kunnen alleen samentrekken, hoe rekt een spier weer uit?

Slide 23 - Open question

Slide 24 - Link

antagonisten
= Spieren die een tegengestelde beweging veroorzaken.

een spier heeft een andere spier nodig om te kunnen ontspannen


Slide 25 - Slide

Zet van groot naar klein:
filament - spier - spierbundel - spierfibril - spiervezel

Slide 26 - Open question

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Anabole steroïden
Nabootsen effect van testosteron

Effecten op spiergroei:
Meer spierweefsel
betere doorbloeding

Slide 30 - Slide

Anabole steroïden 
Bijwerkingen mannen:
Vrouwelijke kenmerken (borstvorming)
Lagere libido
Impotentie
krimpen teelballen

Bijwerkingen vrouwen:
Lagere stem
Verstoord menstruatiecyclus
Puistjes door vette huid
Striae


Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

Nabespreken
  • Je kunt de bouw en functie van glad spierweefsel en dwarsgestreept spierweefsel beschrijven.
  • Je kunt de bouw en werking van spieren beschrijven.
  • Je kunt de effecten van training, revalidatie en dopinggebruik uitleggen.

Slide 33 - Slide

Huiswerk
Leren en maken 5.6

Slide 34 - Slide