Quiz Erfelijkheid

Quiz Erfelijkheid
Pak een kladblaadje en wees klaar om je kennis te testen. Fluisteren mag. Laten we zien hoeveel je al weet en hoeveel je nog kunt leren. Succes!
1 / 10
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Quiz Erfelijkheid
Pak een kladblaadje en wees klaar om je kennis te testen. Fluisteren mag. Laten we zien hoeveel je al weet en hoeveel je nog kunt leren. Succes!

Slide 1 - Slide

Hoeveel chromosomen bevat elke lichaamscel?
A
23
B
46
C
48
D
50

Slide 2 - Quiz

Ik heb mijn haar geverfd is hiermee mijn genotype veranderd?
A
Nee
B
Ja, omdat je uiterlijk is veranderd.
C
Ja, omdat je DNA zich aanpast aan externe invloeden.
D
Alleen als de verf diep in de haarwortels doordringt.

Slide 3 - Quiz

Van welk geslacht is deze persoon?
A
Vrouw
B
Man

Slide 4 - Quiz

Zijn de geslachtscellen in de afbeelding correct?
A
Ja
B
Nee

Slide 5 - Quiz

Waar bevinden genen zich op een chromosoompaar?
A
Ze bevinden zich altijd op dezelfde positie op beide chromosomen van een paar.
B
Ze bevinden zich op verschillende plaatsen op de chromosomen van een paar.
C
Ze bevinden zich op verschillende chromosomen, dus helemaal niet in paren.
D
Ze bevinden zich altijd op dezelfde positie op een van de chromosomen van een paar.

Slide 6 - Quiz

De eigenschap voor losse oorlelletjes is dominant (A) en de eigenschap voor vaste oorlelletjes is recessief (a). Carla heeft het genotype Aa, welk fenotype heeft zij?
A
Carla heeft losse oorlelletjes.
B
Carla heeft vaste oorlelletjes.
C
Carla heeft een mengvorm van vaste en losse oorlelletjes.
D
Carla heeft geen oorlelletjes.

Slide 7 - Quiz

Kan je DNA ooit beschadigd raken?
A
Nee, DNA is altijd perfect en blijft onveranderd.
B
Ja, DNA kan beschadigd raken, maar het lichaam herstelt het altijd zonder gevolgen.
C
Nee, DNA zit goed in de cellen verstopt.
D
Ja, DNA kan beschadigd raken, dit noemen we een mutatie.

Slide 8 - Quiz

Welk van de volgende genotypen is heterozygoot?
A
AA
B
aa
C
Aa

Slide 9 - Quiz

Erwten zijn zaden van de erwtenplant. De kleur van de erwten is een erfelijke eigenschap. Er is een allel voor gele erwten en een allel voor groene erwten. Een erwtenplant is gegroeid uit een gele erwt. Hij wordt gekruist met een andere erwtenplant die ook is gegroeid uit een gele erwt. Onder de nakomelingen uit deze kruising komen zowel gele als groene erwten voor.
Geef het percentage gele en groene erwten.
A
25% gele erwten, 75% groene erwten.
B
75% gele erwten, 25% groene erwten.
C
50% gele erwten, 50% groene erwten.
D
100% gele erwten, 0% groene erwten.

Slide 10 - Quiz