This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Geneesmiddelenkennis
Themakaart 1 - Week 3
Slide 1 - Slide
Allergisch rinitis Wat weet je ervan?
Slide 2 - Mind map
Zelfzorgstandaard Allergisch rinitis
Wat is allergische rinitis:
Het is een allergische reactie waarbij het neusslijmvlies ontstoken is. Dit kan seizoengebonden of niet-seizoensgebonden zijn.
Klachten:
Niezen, jeuk aan de neus, loopneus
Zwelling neusslijmvlies, oorpijn
Jeukende, tranende rode ogen
Jeuk aan gehemelte en kriebelhoest
Moeheid en malaise (vaak bij kinderen)
Slide 3 - Slide
Hooikoorts is een vorm van allegische rinitis.
A
Waar
B
niet waar
Slide 4 - Quiz
Hoeveel % van de mensen met astma heeft ook te maken met allergische rinitis?
A
1-10%
B
40- 50%
C
80 - 90%
D
100%
Slide 5 - Quiz
Allergie
Het immuunsysteem reageert te heftig op een allergeen
Kan erfelijk bepaald zijn
De meeste allergieën bouwen langzaam op
Allergische rinitis komt vooral voor bij mensen tussen de 5 en 45 jaar oud.
Allergische rinitis kan weer minder worden maar men heeft er gemiddeld zo'n 10 tot 30 jaar last van
Slide 6 - Slide
Geef een aantal niet medicamenteuze adviezen
Slide 7 - Open question
Niet medicamenteuze adviezen
Bij hooikoorts
Niet in de ogen wrijven als ze jeuken, maar spoelen met lauw water of een vochtig washandje op de ogen leggen
Douchen voor het naar bed gaan, om pollen uit het haar te houden en het kussen schoon te houden
Neus goed doorspoelen met fysiologisch zout met een neusdouche
Kleding en beddengoed schoon houden door dit regelmatig te wassen en in de wasdroger te drogen; door buiten laten drogen komt er pollen in
Het dragen van een zonnebril, waardoor er minder contact is van stuifmeel met het oogslijmvlies
Slide 8 - Slide
Niet medicamenteuze adviezen
Vervolg --> bij hooikoorts:
Hooikoortsweerbericht volgen op internet of social media en activiteiten voor een bepaalde dag aanpassen aan de hoeveelheid stuifmeel in de lucht
In de zomer de ramen in huis en in de auto gesloten houden. Als het regent of net heeft geregend, zitten er minder pollen in de lucht. Dan kunnen de ramen open
Zo weinig mogelijk ramen en deuren tegen elkaar openzetten, zodat er zo min mogelijk stuifmeel in huis komt
Rekening houden met de vakantiebestemming; aan zee en in de bergen is minder stuifmeel dan in het binnenland; bij voorkeur in een seizoen met weinig pollen op vakantie gaan
Niet zelf grasmaaien
Slide 9 - Slide
Niet medicamenteuze adviezen
Bij huisstofmijt allergie
Geen vloerbedekking, maar gladde, goed (vochtig) te reinigen vloeren (linoleum, laminaat, parket), in elk geval in de slaapkamer
Geen dikke gordijnen
Goede vochtbestrijding door regelmatige ventilatie van de woning
Geen wollen of donzen deken/dekbed of kussen, maar synthetisch deken/dekbed en kussen. Het beddengoed regelmatig wassen bij 60 °C (minstens 1x per 2 weken)
Gladde oppervlakken 2-3x per week vochtig afnemen en stofzuigen in afwezigheid van de persoon met allergie
Alleen synthetische knuffelbeesten in bed, deze beesten regelmatig wassen
Slide 10 - Slide
Niet medicamenteuze adviezen
Bij allergie voor huisdieren
Indien het niet mogelijk is het huisdier weg te doen, neem dan de volgende maatregelen.
Zorg voor een glad vloeroppervlak dat regelmatig wordt schoongemaakt
Laat het huisdier zo min mogelijk binnen en laat het niet in de slaapkamer komen
Zorg ervoor dat het huisdier regelmatig buiten wordt geborsteld
Was de handen na het aanraken van het huisdier
Slide 11 - Slide
Welke twee geneesmiddelen zijn eerste keuze bij allergische rinitis?
A
Cetirizine en Loratadine
B
Azelastine en Bumetanide
C
Ibuprofen en Naproxen
D
Enalapril en Furosemide
Slide 12 - Quiz
Wanneer naar de huisarts?
Bij twijfel of het allergische rinitis is.
Bij voortdurende of matige tot ernstige klachten.
Als de klant zwanger is en voor het eerst klachten heeft (mogelijk zwangerschapsrinitis).
Bij benauwdheid of kortademigheid (mogelijk astma).
Bij ernstig gezwollen oogslijmvliezen en gekleurd oogvocht (infectie van het oog).
Als er uitsluitend klachten aan één kant van de neus zijn (mogelijk poliep of tumor).
Slide 13 - Slide
Diarree Wat zijn de symptomen?
Slide 14 - Mind map
Zelfzorgstandaard Diarree
We spreken over diarree als iemand waterdunne ontlasting heeft en vaker dan gewoon naar het toilet moet
We maken onderscheid tussen acute diarree of chronische diarree
Chronische diarree: toegenomen hoeveelheid ontlasting die vaker komt, dunner is dan normaal en langer dan 2 weken duurt
Slide 15 - Slide
Bij welke patiënten zijn we extra alert als ze diarree hebben?
Slide 16 - Open question
Andere medicatie in gebruik
Medicatie met als bijwerking diarree, zoals antibiotica, magnesiumzouten, sorbitol en misoprostol. Het kan ook optreden bij (overmatig) gebruik van laxantia
Medicatie met diarree als symptoom van overdosering, zoals oncolytica, methotrexaat, colchicine, theofylline en valproïnezuur
Medicatie waarvan de absorptie wordt verminderd door diarree, zoals antiepileptica, digoxine, lithium en de anticonceptiepil
Medicatie waarbij een intoxicatie kan ontstaan bij diarree, doordat de waterhuishouding ontregeld is (lithium)
Medicatie voor diabetes, omdat diarree de bloedglucosespiegel kan ontregelen
Slide 17 - Slide
Leefregels voor reizigers(diarree)
Leefregels voor acute diarree
Handen wassen met zeep na elke stoelgang
Geen kraanwater drinken
Eet geen rauwe schelpdieren
Was groente en fruit in gekookt of schoon water
Was de handen voor het eten en na het bereiden van voedsel
Eet waar je zin in hebt
Gebruik alleen ijsblokjes van schoon water
Slide 18 - Drag question
Medicamenteus advies
Orale rehydratie vloeistof (ORS)
Voorkomt uitdroging als gevolg van de diarree
Zorgt voor aanvulling van vocht en zouten
Na elke waterdunne ontlasting en bij elke periode van braken
Loperamide (Imodium)
Vermindert de darmmotiliteit waardoor de diarree stopt
Starten met 4 mg, daarna 2 mg na elke diarree-achtige ontlasting, max. 16 mg per dag; gebruik stoppen zodra normale ontlasting heeft plaatsgevonden of als gedurende meer dan 12 uur geen ontlasting is geweest; niet langer dan 2 dagen achtereen gebruiken.
Slide 19 - Slide
Wanneer naar de huisarts
Bij algemene ziekteverschijnselen als koorts (meer dan 38 °C), bloed bij de ontlasting of aanhoudende buikpijn.
Bij een verhoogd risico op uitdroging (zie standaard)
Bij uitdrogingsverschijnselen zoals sufheid, verwardheid, gevoel flauw te vallen, weinig plassen, plassen (bij ouderen boven de 70 die langer dan 8 uur niet hebben geplast), donkere urine.
Bij gebruik van medicatie die als bijwerking diarree geeft of waarbij de diarree de kans op bijwerkingen van de medicatie verhoogt.
Bij afwisselend klachten van diarree en verstopping gedurende enkele weken