Verbos Reflexivos - Rutina Diaria H3

Rutina diaria
1 / 21
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 21 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Rutina diaria

Slide 1 - Slide

Clase de español 
NUEVO! Verbos Reflexivos = Wederkerende Werkwoorden

Escribir sobre tu rutina diaria 
(onderdeel komende toets!)

Slide 2 - Slide

Objetivos
  • Aprender los verbos reflexivos
  • Escribir sobre tu rutina diaria

Slide 3 - Slide

Wederkerende werkwoorden
  • Wat is een wederkerend werkwoord?
  • Hoe herken je een Spaans wederkerend werkwoord?

Slide 4 - Slide

Wederkerende werkwoorden
een wederkerende werkwoord heeft altijd een wederkerende voornaamwoord bij zich

In het Nederlands is het zich:
Zich wassen
Zich douchen
Zich verbazen

Slide 5 - Slide

Vorm
In het Spaans herken je een wederkerende werkwoord aan de uitgaan SE.
lavarse  = zich wassen
ducharse = zich douchen

let op!: sommige werkwoorden zijn niet wederkerende werkwoorden in het Nederlands, maar wel in het Spaans. bijvoorbeeld:
-llamarse = heten
-levantarse = opstaan
-Irse = weggaan





Slide 6 - Slide

Wederkerende voornaamwoorden

  • De verbos reflexivos moet je altijd vervoegen met een  
    wederkerende voornaamwoord
  • Deze voornaamwoorden zet je VOOR het werkwoord

Slide 7 - Slide

Stappen om te vervoegen
1. Haal -se van het werkwoord af, dan zie je of het een -ar, -er of -ir-ww is.
2. Vind de stam door -ar, -er of -ir eraf te halen.
3. Om welke persoon gaat het? Plaats de uitgang achter de stam.
4. Kijk of er een klinkerwisseling is.
5. Bepaal welk wederkerend voornaamwoord je ervoor moet plaatsen.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

DESPERTARSE (-IE) = wakker worden

  1. me despierto
  2. te despiertas
  3. se despierta
  4. nos despertamos
  5. os despertáis
  6. se despiertan

Slide 11 - Slide

LEVANTARSE = opstaan
  1. me levanto
  2. te levantas
  3. se levanta
  4. nos levantamos
  5. os levantáis
  6. se levantan

Slide 12 - Slide

DUCHARSE = zich douchen
  1. me ducho
  2. te duchas
  3. se ducha
  4. nos duchamos
  5. os ducháis
  6. se duchan

Slide 13 - Slide

LAVARSE = zich wassen
  1. me lavo
  2. te lavas
  3. se lava
  4. nos lavamos
  5. os laváis
  6. se lavan

Slide 14 - Slide

VESTIRSE(-I) = zich aankleden

  1. me visto
  2. te vistes
  3. se viste
  4. nos vestimos
  5. os vestís
  6. se visten

Slide 15 - Slide

PEINARSE = haren kammen
  1. me peino
  2. te peinas
  3. se peina
  4. nos peinamos
  5. os peináis
  6. se peinan

Slide 16 - Slide

ACOSTARSE(-UE) = naar bed gaan

  1. me acuesto
  2. te acuestas
  3. se acuesta
  4. nos acostamos
  5. os acostáis
  6. se acuestan

Slide 17 - Slide

Los verbos de la rutina diaria 
  1. Mi madre_______ (despertarse) a las siete.
  2. Tom y Pieter _________ (acostarse) a las diez.
  3. Mi madre __________ (ducharse) a las siete y media.
  4. Tom________ (lavarse) a la ocho.
  5. Mi hermana ____ (vestirse) a las diez.
  6. Yo _____ (peinarse) a las ocho.
  7. Mis padres ____ (levantarse) a las nueve
  8. Yo nunca ______ (lavarse los dientes)

timer
4:00

Slide 18 - Slide

Otros verbos de la rutina diaria
Naast de wederkerende werkwoorden, zijn er ook een aantal "gewone" werkwoorden die je kan gebruiken als je over je dagelijkse routine praat.  

  • Desayunar (ontbijten)
  • Cenar (avondeten)
  • Ir al colegio (naar school gaan)
  • Volver del colegio (uit school komen)
  • Hacer los deberes (huiswerk maken)

Slide 19 - Slide

Ik herken en begrijp wat een wederkerend werkwoord is en kan deze vervoegen in het Spaans
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Practicamos
Libro de Trabajo 
pág. 52 :ejercicio 4 a, b y c
pág.61: ejercicio 14 a, b y c

Slide 21 - Slide