Taalverwerving les 4

Welkom!
1 / 28
next
Slide 1: Slide
StudievaardighedenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom!

Slide 1 - Slide

Lesdoel
Aan het eind van de les weet je:
- hoe het komt dat talen woorden "lenen" van elkaar


Pak je laptop en ga naar Lessonup.app en vul de pincode in.


Slide 2 - Slide

Programma
Proto-Indo-Europees- wat is dat?
Willem de Veroveraar en leenwoorden

Slide 3 - Slide

Lesdoel
Aan het eind van de les weet je 
-dat taal voortdurend verandert
- je weet hoe het komt het dat  er in het Engels zoveel leenwoorden uit het Frans zijn


Slide 4 - Slide

Taal verandert
Taal verandert voortdurend. Er komen woorden bij en er worden woorden niet meer gebruikt. De woorden die erbij komen, komen vaak uit andere talen, de leenwoorden. In de Indo-Europese talen zijn veel leenwoorden uit andere Indo-Europese talen terug te vinden.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Je maakt nu:
Les 2: Opdracht 3a en 3b (p. 9)
Opdracht 4 (p. 10)
Les 3: opdracht 3-8 (p. 13 e.v.)
Let op: de kruiswoordpuzzel op p 13 hoort bij opdracht 5

Slide 7 - Slide

Hoe zou het komen dat in het Nederlands ook leenwoorden uit het Frans zijn?


Zouden andere talen Nederlandse leenwoorden kunnen hebben?

Slide 8 - Slide

Hoe zou het komen dat in het Nederlands ook leenwoorden uit het Frans zijn?


Zouden andere talen Nederlandse leenwoorden kunnen hebben?

Slide 9 - Slide

Nederlandse leenwoorden in tenminste 138 verschillende talen 
40 in Europa, 12 in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, 
17 in Afrika ten zuiden van de Sahara, 
42 in Azië en Oceanië, 
9 in Noord-Amerika en 
18 in Zuid-Amerika en het Caribische gebied.

Slide 10 - Slide

Top 5

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Hoeveel mensen spreken een Indo-Europese taal?
A
ong 30%
B
ong 40%
C
ong 45%
D
ong 35%

Slide 13 - Quiz

Welke talen stammen af van het Proto-indo-europees?
A
Hindi, Perzisch, Grieks, Spaans
B
Perzisch, Russisch, Spaans, Zweeds
C
Hindi, Iraans, Italiaans, Keltisch, Anatolisch
D
Bengaals, Armeens, Roemeens, Duits

Slide 14 - Quiz

Hoe komt het (denken we) dat het Indo-Europees vanuit
de steppen van Oekraïne is verspreid?
A
Door de landbouw verspreidde de taal zich.
B
Doordat de beschaving al ver ontwikkeld was op de steppen.
C
Doordat de nomaden verjaagd werden en overal heen vluchtten
D
Doordat de nomaden al paarden bereden, konden ze verder reizen.

Slide 15 - Quiz

Welke andere theorie bestaat er over de verspreiding van de Indo-Europese talen?

Slide 16 - Open question

Taal verandert
Taal verandert voortdurend. Er komen woorden bij en er worden woorden niet meer gebruikt. De woorden die erbij komen, komen vaak uit andere talen, de leenwoorden. In de Indo-Europese talen zijn veel leenwoorden uit andere Indo-Europese talen terug te vinden.

Slide 17 - Slide

Franse leenwoorden in de Engelse taal

De Normandische hertog  Willem de Veroveraar en de Slag bij Hastings

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Waarom vond Willem de Veroveraar dat hij recht had op de Engelse troon?
A
Hij was een zoon van de Engelse koning
B
Hem was de troon beloofd door de Engelse koning
C
Hij wilde graag een groot gebied veroveren en Engeland leek groot genoeg
D
Hij had een hekel aan de Engelsen.

Slide 20 - Quiz

Hoe komt het dat er zoveel Franse woorden in het Engels zijn?
A
Willem verbood het om Engels te spreken
B
Willem verving alle Engelse adel door Franstalige adel
C
Frans was hip in de Middeleeuwen
D
De Engelsen leerden wel Frans, maar de Fransen geen Engels

Slide 21 - Quiz

Les 5 Taaluniversalia
Overeenkomsten tussen ALLE talen ter wereld.

Slide 22 - Slide

Pak je laptop en zoek op:
taaluniversalia
Schrijf op in je mapje (laatste blz. 24):
In je eigen woorden schrijf je op :
1) wat zijn taaluniversalia zijn.
2) Noem tenminste drie voorbeelden

Slide 23 - Slide

Bouba en Kiki

Slide 24 - Slide

Je maakt nu verder:
Les 2: Opdracht 3a en 3b (p. 9)
Opdracht 4 (p. 10)
Les 3: opdracht 3-8 (p. 13 e.v.)
Let op: de kruiswoordpuzzel op p 13 hoort bij opdracht 5
Klaar?
Je maakt opdracht 2 (p. 21)

Slide 25 - Slide

Je maakt nu in tweetallen
opdracht 2 (p. 21)
 en 3 (p. 22-23)
Bij opdracht 3 luister je naar de alfabetten in het Duits, Frans, Spaans en Engels.

Slide 26 - Slide

Wat heb je deze les gehoord wat nieuw voor jou was?

Slide 27 - Open question

Slide 28 - Slide