Thema Handel B1+3 Herhaling

Thema Handel B1+3 Herhaling
1 / 33
next
Slide 1: Slide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Thema Handel B1+3 Herhaling

Slide 1 - Slide

Wat is natuurlijke bevolkingsgroei
A
Dat de bevolking snel groeit
B
Het aantal immigranten min het aantal emigranten
C
Het aantal geboorten min het aantal sterfte gevallen
D
Het aantal geboorten in een jaar

Slide 2 - Quiz

Wat is sociale bevolkingsgroei?
A
Aantal sterfgevallen minus geboorten
B
Aantal geboorten minus sterfgevallen
C
Aantal emigranten minus immigranten
D
Aantal immigranten minus emigranten

Slide 3 - Quiz

Wat is een monarchie?
A
Een regering van een kleine groep
B
Een regering met een alleenheerser die de macht gegrepen heeft
C
Een regering door een vorst, meestal een koning
D
Een regering waarbij het volk beslist

Slide 4 - Quiz

Wat is het verschil tussen en monarchie en een republiek?

Slide 5 - Open question

Wat had de val van Antwerpen te maken met het groeien van de economie in de republiek?

Slide 6 - Open question

In Antwerpen vertrokken veel mensen naar de Republiek. In Antwerpen was er een....
A
Vestigingsoverschot
B
Vertrekoverschot

Slide 7 - Quiz

In Antwerpen vertrokken veel mensen naar de Republiek. In Antwerpen was er een....
A
Vestigingsoverschot
B
Vertrekoverschot

Slide 8 - Quiz

Wat is de betekenis van
"intergratie
A
Het onder dwang innemen van een gebiedsdeel van een andere staat
B
deel gaan uitmaken van een groep met een andere identiteit
C
een combinatie van opvallende kenmerken
D
grens tussen gebieden met een eigen bestuur

Slide 9 - Quiz

Wat is Intergratie?
A
Als mensen uit verschillende culturen onderdeel worden van een samenleving en zich aanpassen aan elkaar
B
Als mensen uit verschillende culturen onderdeel worden van een samenleving en zich niet aanpassen aan elkaar

Slide 10 - Quiz

In Antwerpen vertrokken veel mensen naar de Republiek. In Antwerpen was er een....
A
Vestigingsoverschot
B
Vertrekoverschot

Slide 11 - Quiz

Waarom is het voor mensen met heel verschillende culturen lastiger om te integreren?

Slide 12 - Open question

Noem een voordeel en een nadeel van migratie

Slide 13 - Open question

Waarom werd de VOC opgericht?
A
Er was teveel concurrentie onderling
B
De specerijen brachten niet genoeg geld op.
C
Er was te weinig concurrentie onderling
D
De prijzen van specerijen waren te hoog

Slide 14 - Quiz

De VOC had een aantal rechten. Wat zijn rechten van de VOC?
A
De VOC mocht oorlog voeren
B
De VOC mocht verdragen sluiten
C
De VOC mocht forten bouwen
D
De VOC mocht als enige handel drijven met Azië

Slide 15 - Quiz

Een aandeel is ....
A
Bewijs dat je mede-eigenaar bent van een bedrijf.
B
Een grote geldsom.
C
Een stuk grond.
D
Alle antwoorden zijn juist.

Slide 16 - Quiz

Monopolie
A
Een bordspel
B
Een ziekte waar slaven dood aan gingen
C
recht dat alleen jij iets mag verkopen
D
fort van de WIC

Slide 17 - Quiz

Hoe behield de VOC zijn monopolie?

Slide 18 - Open question

Waarom trad JP Coen zo hard op tegen de Bandanezen?

Slide 19 - Open question

Wat is genocide?
A
Pogroms
B
lynchen
C
Vermoorden van een volk
D
Het volk speelt voor eigen rechter

Slide 20 - Quiz

Thema Handel B3 Herhaling

Slide 21 - Slide

Leg uit waarom het Label made in, in je kleding niet altijd helemaal klopt

Slide 22 - Open question

Een voorbeeld van een lagelonenland is:
A
China
B
Amerika
C
Bangladesh
D
Nederland

Slide 23 - Quiz


Slide 24 - Open question

Leg de volgende uitdrukking uit: De wereld wordt steeds kleiner

Slide 25 - Open question

Wat zijn locatiefactoren?
A
Dat zijn fabrieken met steenkool.
B
Voordelen van bedrijven die dicht bij elkaar zitten.
C
Dat zijn groepen mensen die producten kopen.
D
Redenen waarom een bedrijf zich op een plek wil vestigen.

Slide 26 - Quiz

Wat zijn belangrijke vestigingsfactoren voor de IKEA

Slide 27 - Open question

Wat zijn BRICS-landen?
A
Landen met snel groeiend klimaat
B
Landen met snel groeiende mensen
C
Landen met snel groeiende omvang
D
Landen met snel groeiende economie

Slide 28 - Quiz

De BRIC-landen zijn:
A
Brazilië, Rusland, Ijsland en China
B
Bali, Rusland, India en Colombia
C
Brazilië, Rusland, India en China
D
Brazilië, Roemenië, Indonesië en China

Slide 29 - Quiz

Wat betekent bruto nationaal product:
A
wat alle mensen in een land samen uitgeven.
B
wat alle mensen in een land samen verdienen.
C
wat alle mensen samen in een land verkopen
D
wat alle mensen in een land samen geven.

Slide 30 - Quiz

Wat is absolute afstand?
A
De afstand die je meet in een rechte lijn
B
De afstand die je meet in kilometers
C
De afstand die je meet door erheen te vliegen
D
De afstand die je meet in reistijd

Slide 31 - Quiz

Wat betekent relatieve afstand?
A
De familie van afstand
B
De afstand in aantal kilometers
C
De afstand in hoeveelheid tijd
D
De afstand totdat iets relatief is

Slide 32 - Quiz

Wat is een afzetmarkt?
A
Een markt waarbij je te veel moet betalen voor producten
B
Gebied waar je producten kunt verkopen
C
Plek waar je producten kunt kopen voor weinig geld
D
Plek waar je veel geld kan vragen voor producten

Slide 33 - Quiz