Bijvoeglijk naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord
1 / 10
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Bijvoeglijk naamwoord

Slide 1 - Slide

Waar moet je op letten bij het bijvoeglijk naamwoord in het Frans?
A
plek
B
vorm
C
huh?
D
plek en vorm

Slide 2 - Quiz

Als je een bijvoeglijk naamwoord gebruikt, kijk je alleen of het zelfst naamwoord mannelijk of vrouwelijk is
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quiz

Als er voor een woord in de woordenlijst in het boek l' staat, kan ik niet weten of het mnl/vrwl is
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quiz

Welke bijvoeglijke naamwoorden staan in het Frans achter het zelfstandig naamwoord?
A
Bon, vieux, beau
B
Noir, blonds, adorable
C
Belle, nouvelle, vieille
D
Petit, grand, nouveau

Slide 5 - Quiz

De meeste bijvoeglijke naamwoorden komen in het Frans:
A
vóór het znw
B
achter het znw

Slide 6 - Quiz

in het Frans past het bijvoeglijk naamwoord zich aan het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.

vul in :
j'ai une .................... famille

A
petit
B
petits
C
petite
D
petites

Slide 7 - Quiz

in het Frans past het bijvoeglijk naamwoord zich aan het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.

vul in :
j'ai un ..................frère
A
grand
B
grande
C
grands
D
grandes

Slide 8 - Quiz

in het Frans past het bijvoeglijk naamwoord zich aan het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.

vul in :
sa copine est .................
A
allemand
B
allemande
C
allemands
D
allemandes

Slide 9 - Quiz

Snap je waar je op moet letten bij het bijvoeglijk naamwoord in het Frans ?
A
Ja, ik snap het helemaal
B
Ik snap de basisregel, maar moet de uitzonderingen nog even leren.
C
Ik snap het wel, maar kan het nog niet zelf toepassen.
D
lk snap er nog niet veel van en ga alles nog een keer bekijken

Slide 10 - Quiz