Hoofdstuk 4 herhaling

1 / 39
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 39 slides, with text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 4 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 4.1
R-Je kunt uitleggen wat een cao is.

T1- Je kunt je nettoloon berekenen.
R-Je kunt uitleggen wat het minimumloon is.
T1- Je kunt berekeningen maken met het minimumloon


Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Individuele arbeidsovereenkomst



Afspraak tussen jou en je werkgever. 



CAO 
Collectieve arbeidsovereenkomst


Gezamenlijke afspraken voor een bedrijfstak.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

CAO
CAO = collectieve arbeidsovereenkomst.
In een cao staan de arbeidsvoorwaarden die gelden voor iedereen in een bepaalde bedrijfstak.


Bijvoorbeeld horeca, bouw of gezondheidszorg.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

CAO
In een CAO staat onder andere ook:
- Welk werk je gaat doen
- Hoeveel uur je werkt
- Je loon

Wat zou er nog meer in een CAO kunnen staan?

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Bruto- en nettoloon
  • Brutoloon = afgesproken loon met werkgever 
  • Nettoloon = brutoloon - (loonbelasting + sociale premies)

  • TIP: BRUTOLOON IS ALTIJD HOGER DAN NETTOLOON

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 4.2
R - Je kunt vijf arbeidsmotieven noemen

R- Je kunt de drie productiesectoren noemen
R - Je kunt uitleggen wat arbeidsverdeling is.
T1 - Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen leidinggevend werk en uitvoerend werk
T1 - Je kunt het verschil tussen geschoold en ongeschoold werk uitleggen


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 4.3
R - Je kunt uitleggen wat arbeidsmarkt is 
R - Je kunt uitleggen wat werkgelegenheid is.

R +T1-Je kunt uitleggen wanneer je tot de beroepsbevolking behoort.
T1 - Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen wit, grijs en zwart werk.


Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 4.4
R -Je kunt uitleggen wat werkloosheid is en je kunt drie gevolgen noemen.

R - Je kunt de twee belangrijkste taken van het UWV noemen.
T 1 - je kunt het verschil tussen geregistreerde en verborgen werkloosheid uitleggen
R - Je kunt uitleggen wat conjuncturele werkloosheid is.
R - Je kunt uitleggen wat structurele werkloosheid is.
T 1 - Je kunt het verschil tussen frictiewerkloosheid, seizoenwerkloosheid en structurele werkloosheid uitleggen.



Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Nettoloon berekenen
Je berekent het nettoloon op de volgende manier:

Brutoloon - (loonbelasting+sociale premies) = Nettoloon

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Nettoloon berekenen!
Nettoloon = brutoloon - inhoudingen
Sociale premies
Loonbelasting

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Een maand ≠ vier weken
Om uitgaven goed met elkaar te vergelijken, reken je ze om naar eenzelfde periode.


  • Stap 1: Eerst omrekenen naar jaar (onthoud: 1 jaar = 12 maanden = 52 weken) --> keer
  • Stap 2: Omrekenen naar maand of week --> delen

Je betaalt €39 per maand voor de sportschool. Hoeveel is dat per week?

Je krijgt €13,50 per week aan loon. Hoeveel is dat per maand?

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Loon berekenen
Maandloon omrekenen naar weekloon
Als je 18 jaar bent dan is je maandloon € 817,80
Maandloon x 12 = jaarloon
Jaarloon : 52 = weekloon
€ 817,80 x 12 = € 9.813,60
€ 9.813,60 : 52 = € 188,72

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Rekenen met minimumloon
Opdracht 10 blz. 123

Slide 39 - Slide

This item has no instructions