1. Ik kan een verband leggen tussen vaste activa op de beginbalans en de eindbalans.
2. Ik kan een verband leggen tussen voorraad op de beginbalans en voorraad op de eindbalans.
3. Ik kan een verband leggen tussen debiteuren op de beginbalans en de eindbalans.
4. Ik kan een verband leggen tussen crediteuren op de beginbalans en eindbalans.
5. Ik kan een verband leggen tussen Lening op de beginbalans en de eindbalans.