6.5 Aanpassingen bij dieren

Programma
bespreken huiswerk 6.4
 bs 6.5 Aanpassingen bij dieren
zelfstandig aan het werk
afsluiting
1 / 27
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Programma
bespreken huiswerk 6.4
 bs 6.5 Aanpassingen bij dieren
zelfstandig aan het werk
afsluiting

Slide 1 - Slide

Welke van de volgende stoffen is biotisch?
A
koolstofdioxide
B
zuurstof
C
water
D
glucose

Slide 2 - Quiz

Welke van de volgende stoffen is abiotisch?
A
zetmeel
B
water
C
eiwit
D
glucose

Slide 3 - Quiz

Noem een biotische factor die van invloed kan zijn op de populatiegrootte van gras

Slide 4 - Open question

plantaardige eiwitten is een stikstofhoudende energierijke stof.
A
waar
B
niet waar

Slide 5 - Quiz

Behoren de egels op Texel tot dezelfde populatie als de egels op Vlieland?
A
nee
B
ja

Slide 6 - Quiz

Waarvan is egelpopulatie op Texel afhankelijk?
A
van het aantal regenwormen
B
van het aantal wolven
C
van het aantal zeehonden
D
van de hoeveel jacht door de mens

Slide 7 - Quiz

Tekst6.5 Aanpassingen bij dieren

Slide 8 - Slide

Leerdoelen
6.5.1 Je kunt uitleggen hoe dieren zijn aangepast aan hun leefomgeving.


Een ijsbeer is met zijn dikke witte vacht goed aangepast aan de koude Noordpool. Ook andere dieren hebben aanpassingen zodat ze kunnen overleven in hun ecosysteem. De meeste aanpassingen zijn erfelijk.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Opdrachten 
Lees en maak opdrachten bs 6.5
timer
12:00

Slide 14 - Slide

Afsluiting
6.5.1 Je kunt uitleggen hoe dieren zijn aangepast aan hun leefomgeving.

Slide 15 - Slide

Kegelsnavel
Haaksnavel
Pincetsnavel
Zeefsnavel
Priemsnavel

Slide 16 - Drag question

Hoefganger
Teenganger
Zoolganger

Slide 17 - Drag question

Knobbelkies
Plooikies
Snijkies

Slide 18 - Drag question

8

Slide 19 - Video

00:09
Wat voor snavel heeft dit dier?
A
haaksnavel
B
kegelsnavel
C
zeefsnavel
D
pincetsnavel

Slide 20 - Quiz

00:13
hoe loopt dit dier?
A
Teenganger
B
Zoolganger
C
Hoefganger
D
Pootganger

Slide 21 - Quiz

00:25
Hoe loopt dit dier?
A
Teenhanger
B
Zoolganger
C
Hoefganger
D
Pootganger

Slide 22 - Quiz

00:29
wat voor vogel is dit?
Hint: Kijk naar de voeten
A
Zangvogel
B
Watervogel
C
Steltloper
D
Loopvogel

Slide 23 - Quiz

00:35
En wat voor vogel is dit dan?
A
Roofvogel
B
Loopvogel
C
Steltloper
D
Watervogel

Slide 24 - Quiz

00:53
Wat voor tanden heeft dit dier?
A
Plooikiezen
B
Knipkiezen
C
Knobbelkiezen
D
Bolkiezen

Slide 25 - Quiz

01:13
Wat voor snavel is dit?
A
Pincetsnavel
B
Zeefsnavel
C
Priemsnavel
D
Kegelsnavel

Slide 26 - Quiz

01:47
Hoe loopt dit dier?
A
Teenganger
B
Pootganger
C
Hoefganger
D
Zoolganger

Slide 27 - Quiz