This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 80 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Toetsstof
Slide 2 - Slide
Jaarrekening week 2
even iets anders..
Slide 3 - Slide
zoveel mogelijke posten
voor debet als credit zijde..
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Hoeveel kwartalen zitten er in een jaar
A
4
B
3
C
2
D
1
Slide 6 - Quiz
Een kwartaal heeft:
A
3 maanden, 12 weken
B
3 maanden, 13 weken
C
3 maanden, weken wisselen
D
hangt af van een schrikkeljaar
Slide 7 - Quiz
Als klanten op rekening kopen en dus een krediettermijn krijgen is er voor het bedrijf sprake van ...
A
Debiteuren
B
Crediteuren
Slide 8 - Quiz
Bij welke moet je rekening houden met de krediettermijn van debiteuren/crediteuren?
A
Liquiditeitsbegroting
B
Resultatenbegroting
Slide 9 - Quiz
Jansen BV levert in oktober voor € 100.000 aan haar klanten. Deze klanten betalen 30% contant en de rest op rekening. De krediettermijn is 1 maand. Op de liquiditeitsbegroting van Jansen komt bij oktober bij ontvangsten te staan:
A
Contante verkopen € 30.000
B
Debiteuren € 30.000
C
Contante verkopen € 70.000
D
Crediteuren € 30.000
Slide 10 - Quiz
Als een verkoopcontract wordt gesloten op 20 september en de klant krijgt 1 maand krediettermijn. Wanneer betaalt de klant dan over het algemeen?
A
20 september
B
5 oktober
C
20 oktober
Slide 11 - Quiz
Rekening courant krediet
A
Eigen vermogen
B
lang vreemd vermogen
C
kort vreemd vermogen
Slide 12 - Quiz
Laatste vraag
Slide 13 - Slide
Je wilt €6000 lenen. Krediettermijn is 24 maanden. Maandelijks termijn: 275. Hoeveel zijn de kredietkosten