Blok 7 les 1 Pijnstillers

1 / 36
next
Slide 1: Slide
ApothekersassistenteMBOStudiejaar 1

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Wat is pijn?
In 2 (alleen zo nodig 3 tallen), bespreek je kort (max. 5 min.) hoe jij pijn zou omschrijven.

Zorg dat jullie één mooie zin formuleren om pijn te omschrijven.

Slide 3 - Slide

Pijn
Je kan pijn fysiek en emotioneel ervaren worden.
Pijn is subjectief.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Pijnervaring in de apotheek.
In andere 2 (of 3 tallen dan hiervoor)


Welke ervaring heb je in de stage met pijn? Kiespijn, reuma e.d.
Welk advies medicamenteus of niet medicamenteus werd gegeven?

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Wat is de werking van Paracetamol?
A
Pijnstillend en ontstekingsremmend
B
Alleen pijnstilling
C
Pijnstillend en koortsverlagend
D
Alleen ontstekingsremmend

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Slide

Wat is de dosering van Paracetamol in de handverkoop?
A
3 x daags 1 tablet van 500 mg
B
3 x daags 2 tabletten van 500 mg
C
4 x daags 1 tablet van 500 mg
D
4 x daags 2 tabletten van 500 mg

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Wat is ook al weer een contra-indicatie?
A
Een wisselwerking tussen 2 geneesmiddelen
B
Een overgevoeligheid voor een middel
C
Een reden waarom je een middel niet mag gebruiken
D
Wanneer de therapeutische breedte smal is.

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Als er in de apotheek een opioïde wordt afgeleverd, zit er vaak een ander middel bij. Welk middel is dat?

Slide 22 - Open question

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Wat zijn de 2 belangrijkste functies van prostaglandines?

Slide 26 - Open question

Zijn er ook contra indicaties oor het gebruik van Paracetamol?

Slide 27 - Open question

PPI is extra nodig bij NSAID in combinatie met welke gnm-groep?

Slide 28 - Open question

Noem 2 C.I. voor een NSAID

Slide 29 - Open question

Slide 30 - Slide

Welke bijwerking komt erg veel voor bij Opioïde gebruik?

Slide 31 - Open question

Noem een voorbeeld van een zwak opioïde?

Slide 32 - Open question

Wat zijn de stappen uit het stappenplan bij pijnbestrijding?

Slide 33 - Open question

Slide 34 - Slide

Je kent nu wat pijnstillers zoals b.v:
Ibuprofen, tramadol en morfine-injectie.
Heb je deze al gezien in de apotheek?
Bespreek samen wanneer deze werden voorgeschreven.


Zorg dat jouw 2 (of 3 tal) een voorbeeld kan noemen waarbij deze middelen gebruikt werden. 

Slide 35 - Slide

Nog vragen?

Slide 36 - Slide