VWO 4 Woning, Familie, Schenken en Erven

Mag één van de echtgenoten een auto op afbetaling kopen?
A
Ja, dat mag.
B
Nee, dat mag niet.
1 / 20
next
Slide 1: Quiz
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Mag één van de echtgenoten een auto op afbetaling kopen?
A
Ja, dat mag.
B
Nee, dat mag niet.

Slide 1 - Quiz

This item has no instructions

Hoe heet de plicht om de kosten van het huishouden te verdelen over beide echtgenoten?
A
Fourneerplicht
B
Nihilplicht
C
Draagplicht
D
Onderhoudsplicht

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

Bij welke samenlevingsvorm verandert er op juridisch gebied niets.
A
Getrouwd in beperkte gemeenschap van goederen
B
Getrouwd onder huwelijkse voorwaarden
C
Geregistreerd partnerschap
D
Samenwonen zonder samenlevingscontract

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Bij de ontbinding van een huwelijk in beperkte gemeenschap van goederen moet altijd een notaris ingeschakeld worden.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Samenwoners met een samenlevingscontract die dit contract willen beëindigen en nog jonge kinderen hebben, moeten een ouderschapsplan opstellen en dit voorleggen aan een rechter.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Bij onenigheid over de beëindiging van het geregistreerd partnerschap moet de rechter ingeschakeld worden.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Bloedverwanten hebben dezelfde voorouders.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Wat is geen(!) kenmerk van sociale huurwoningen?
A
Met overheidssteun gebouwd
B
Hebben een maximale huurprijs
C
De verhuurder is een commerciële partij
D
Er is een maximale jaarlijkse uurverhoging

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Je wilt een huis kopen.
De …?... zoekt naar de meest gunstige lening voor de aanschaf van een huis en verzorgt het traject van de vraag t/m afsluiten.

A
taxateur
B
hypotheekadviseur
C
notaris
D
makelaar

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Een bank wil graag zekerheid over de waarde van de woning voordat zij een hypotheek verstrekt.
Wie schakelen zij daarvoor in?
A
Taxateur
B
Makelaar
C
Hypotheekadviseur
D
Notaris

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Vul het juiste woord in:
bij een hypotheek is de rente ........ dan bij een consumptief krediet
A
hoger
B
lager

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions


A
Rechts geeft het verloop van de lasten van een annuïteitenhypotheek weer
B
Rechts geeft het verloop van de lasten van een lineaire hypotheek weer

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer is de schenkbelasting hoger?
A
Als de schenker de schenkbelasting betaalt.
B
Als de ontvanger de schenkbelasting betaalt.
C
De schenkbelasting is in beide gevallen even hoog.

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Hoe sterker de bloedverwantschap, hoe ...(1) de belastingvrijstelling en hoe ...(2) het percentage schenkbelasting
A
1> lager 2> lager
B
1> lager 2> hoger
C
1> hoger 2> lager
D
1> hoger 2> hoger

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Is de wasmachine een schenking?
A
Ja
B
Nee

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Je oom mag je evenveel belastingvrij schenken als je vader?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Wie hoort er bij het versterferfrecht in welke groep thuis?
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
N.V.T.
Erven alleen bij plaats-vervulling
Grootouders
Ouders
Broers en zussen
Echtgenoot
Overgrootouders
Kinderen
Vrienden
Ooms en tantes
Neven en nichten
Geregistreerd partner
Kleinkinderen

Slide 17 - Drag question

This item has no instructions

Welke van de onderstaande stellingen is/zijn juist?
Stelling I: Je kunt iemand of een organisatie buiten de erfgenamen geld en/of goederen nalaten door diegene te legateren
Stelling II: Je kunt iemand dwingen om na jouw overlijden iets te doen door diegene een last op te leggen
A
Stelling I is juist; Stelling II is onjuist
B
Stelling I is onjuist; Stelling II is juist
C
Stelling I en II zijn onjuist
D
Stelling I en II zijn juist

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Welke van de onderstaande stellingen is/zijn juist?
Stelling I: Je kunt je kind onterven en daarmee de legitieme portie van diegene afnemen.
Stelling II: De legitieme portie is altijd de helft van een kindsdeel in de erfenis
A
Stelling I is juist; Stelling II is onjuist
B
Stelling I is onjuist; Stelling II is juist
C
Stelling I en II zijn onjuist
D
Stelling I en II zijn juist

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Zuiver aanvaarden
Beneficiair aanvaarden
Verwerpen
Je aanvaardt de erfenis alleen als de bezittingen groter zijn dan de schulden
Het is niet verstandig hiervoor te kiezen als je vermoedt dat de erflater veel schulden heeft
Hier is automatisch sprake van als je goederen van de erfenis onttrekt of verkoopt
Hier is automatisch sprake van als de erfgenaam een minderjarig kind is

Slide 20 - Drag question

A2, B1, C1, D2