What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
4T Nederlands
Welkom bij Nederlands!
Bij Nederlands
1 / 35
next
Slide 1:
Slide
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
This lesson contains
35 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
1 video
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Welkom bij Nederlands!
Bij Nederlands
Slide 1 - Slide
Fijn dat je er bent!
Pak je boek voor op blz 6/7, pak je schrift,
je etui met een
pen,
je iPad/laptop en log in op deze LessonUp.
timer
3:00
Slide 2 - Slide
Vandaag
Uitleg examen 4 G/T
Aan de slag in duo's
Opdrachten maken
Vragen stellen
Afsluiting
Slide 3 - Slide
Examentraining Nederlands
Slide 4 - Slide
Hoe goed denk jij nu al voorbereid te zijn voor het examen Nederlands?
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 5 - Poll
Hoe bereid je je voor
op het Centraal Examen Nederlands?
A
Examenbundel theorie leren
B
Oude examens oefenen
C
Kranten lezen
D
Op cambiumned.nl oefenen
Slide 6 - Quiz
Wat is NIET toegestaan bij het examen?
A
woordenboek
B
pennen
C
markeerstiften
D
Tipp-Ex
Slide 7 - Quiz
Je hoeft zelf niet te schrijven bij het examen Nederlands.
A
waar
B
niet waar
Slide 8 - Quiz
Uit hoeveel teksten bestaat het examen Nederlands?
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 9 - Quiz
Welke schrijfopdracht kun je NIET op het examen tegenkomen?
A
artikel
B
recensie
C
zakelijke brief
D
zakelijke e-mail
Slide 10 - Quiz
Voor je examen moet je minimaal 29 punten halen.
A
waar
B
niet waar
Slide 11 - Quiz
Hoe ga je te werk tijdens een toets/examen leesvaardigheid?
Ik lees eerst de tekst helemaal, daarna kijk ik naar de vragen.
Ik kijk eerst naar de vragen, lees daarna de tekst en markeer nuttige stukken.
Ik zoek per vraag in de tekst.
Anders, namelijk...
Slide 12 - Poll
Slide 13 - Video
Uit hoeveel teksten bestaat een centraal examen?
Slide 14 - Open question
Welke type woorden zijn belangrijk voor leesvaardigheid?
A
werkwoorden
B
signaalwoorden
C
voegwoorden
D
verwijswoorden
Slide 15 - Quiz
Wat is het doel van een advertentie?
Slide 16 - Open question
Welk woord geeft vaak een conclusie aan?
A
maar
B
en
C
dus
D
kortom
Slide 17 - Quiz
Welk woord geeft een tegenstelling aan?
A
ook
B
daardoor
C
zoals
D
maar
Slide 18 - Quiz
Welk woord geeft een opsomming aan?
A
ook
B
bijvoorbeeld
C
daarentegen
D
omdat
Slide 19 - Quiz
Wat is de kernzin van een alinea?
A
Een zin met voorbeelden
B
Een zin met de mening van de schrijver.
C
De belangrijkste zin met de meeste informatie.
D
Een zin die toelichting geeft.
Slide 20 - Quiz
Wat is een hoofdgedachte van een tekst?
A
De kernzin van een alinea
B
Een conclusie van de tekst
C
In een zin aangegeven wat het onderwerp is van de tekst
D
verschillende deelonderwerpen bij elkaar
Slide 21 - Quiz
Bij citeren moet je iets letterlijk overnemen. Je kunt de hele zin overschrijven. Wat mag je ook doen?
Slide 22 - Open question
Wat betekent: citeer het zinsgedeelte?
A
Hetzelfde als een hele zin
B
een groepje woorden
C
een gedeelte van een alinea
D
een deel van de zin
Slide 23 - Quiz
Waar of niet waar: in een samenvatting staan voorbeelden?
A
niet waar
B
waar
Slide 24 - Quiz
Waar of niet waar: in een samenvatting is een mening belangrijk?
A
waar
B
niet waar
Slide 25 - Quiz
Wat is bijna altijd het doel van de drie grote teksten?
A
amuseren
B
overtuigen
C
aansporen
D
informeren
Slide 26 - Quiz
Wat betekent het woord weerleggen?
A
een argument geven
B
een mening geven
C
bewijzen dat het niet klopt
D
een nieuw deelonderwerp
Slide 27 - Quiz
Wat betekent het woord nuanceren?
A
afzwakken
B
erger maken
C
opschrijven
D
letterlijk overnemen
Slide 28 - Quiz
Wat betekent het woord standpunt?
A
een feit
B
een mening
C
einddoel
D
een grappig verhaaltje
Slide 29 - Quiz
Wat is een anekdote?
A
een film
B
een interview
C
een grappig verhaaltje
D
een vragenlijst
Slide 30 - Quiz
Wat betekent het woord constatering?
A
De schrijver merkt iets op.
B
De schrijver heeft iets opgezocht.
C
De schrijver geeft een samenvatting.
D
De schrijver twijfelt aan iets.
Slide 31 - Quiz
Welk verband hoort bij de volgende zin: De oogst is mislukt, doordat het al maanden ontzettend heet is.
A
gevolg - oorzaak
B
oorzaak - gevolg
C
middel - doel
D
uitspraak - voorbeeld
Slide 32 - Quiz
Hoe lang duurt het centraal examen?
A
180 minuten
B
90 minuten
C
120 minuten
D
100 minuten
Slide 33 - Quiz
Waar zou je nog mee willen oefenen?
Leesvaardigheid, meerkeuze vragen
Leesvaardigheid open vragen
Schrijfvaardigheid (zakelijke brief, e-mail, artikel, etc)
Niets, ik denk dat ik alles wel weet.
Slide 34 - Poll
Schrijf jij je in voor de examentraining Nederlands?
Ja
Nee
Slide 35 - Poll
More lessons like this
4T Nederlands
15 days ago
- Lesson with
32 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Examentraining Nederlands
12 days ago
- Lesson with
22 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Examentraining Nederlands
April 2024
- Lesson with
22 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Examentraining Nederlands
13 days ago
- Lesson with
22 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Examentraining Nederlands les 2 - Begrippen leesvaardigheid
19 days ago
- Lesson with
22 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Examentraining 4 VMBO
March 2017
- Lesson with
15 slides
by
www.lessonup.io
Nederlands
Middelbare school
vmbo b, k
Leerjaar 4
Examentraining
Examentraining Nederlands les 2 - Begrippen leesvaardigheid
30 days ago
- Lesson with
24 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Examentraining Nederlands les 2 - Begrippen leesvaardigheid
29 days ago
- Lesson with
24 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4