Thema 1.15 en herhalen

Thema 1.15 en herhalen
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 12 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 180 min

Items in this lesson

Thema 1.15 en herhalen

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
  • Oefenen met werkwoorden: hebben en zijn 
  • Dictee maken
  • Oefenen met praten en schrijven over de familie
  • Werken met de computer

Slide 2 - Slide

Hoofdstuk 1.15: Hebben
  • Luister naar het filmpje
  • Maak oefening 103, 104 en 105 zelf
  • 106 gesprek oefenen

Slide 3 - Slide

Hebben
Ik heb een auto
Jij hebt
Heb jij?
U heeft/ U hebt
Wij hebben 
Jullie hebben
Zij hebben
Zijn
Ik ben een vrouw
Jij bent
Ben jij?
U bent
Wij zijn
Jullie zijn
Zij zijn

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Link

Dictee
1. Zij zijn opa en oma.
2. Ik ben moeder.
3. Zij is tante.
4. Het is mijn kind.
5. Ik hoor de baby.
6. Heb jij een zus?
7. U hebt een huis.
8. Zij hebben geen familie.
9. Hij heeft een groot gezin.
10. Het gaat niet goed.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Vragen werkblad 1.15

Hoe heet jij
Waar kom jij vandaan?
Waar woon jij?
Ben jij getrouwd?
Heb jij kinderen?

Slide 8 - Slide

werkblad 1.15
Opdracht 2: Schrijf over de persoon naast je
Gaat het om hij of zij?
Maak goede zinnen.
Laat de klas je zinnen horen.

Slide 9 - Slide

Account aanmaken voor de computeropdrachten.
  1. Ga naar leren.kleurrijker.nl
  2. Maak een account aan (voornaam, achternaam, emailadres).
  3. Klik op bevestigen.
  4. Schrijf je gebruikersnaam en wachtwoord op in je boek.
  5. Vul je toegangscode in. Die zie je op de eerste bladzijde van het boek.
  6. Klik op het plaatje van het boek. Nu kan je de computeropdrachten maken.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Link

Slide 12 - Slide