Writing - Lesson 1

Writing - Lesson 1

  • Word order - how to write a correct English sentence.
1 / 11
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Writing - Lesson 1

  • Word order - how to write a correct English sentence.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Task 1: Word order
Re-write the words to make a correct English sentence.

am - the store - I - at
he - eating - is - a chocolate bar
was - where - Nikky - today (?)
to school - not - they - are - going
playing - she - was - at the park - today

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Hoe schrijf je een zin in het Engels?
 
wie + doet + wat + waar + wanneer

onderwerp (pronoun) + werkwoord zijn (verb to be)

Slide 5 - Slide

wie - doet - wat - waar - wanneer

Slide 6 - Slide

WIE = Persoonlijke Voornaamwoorden (subject pronouns)
De persoonlijke voornaamwoorden (personal pronouns) gebruik je om naar iemand of iets te refereren of letterlijk te wijzen

Een persoonlijk voornaamwoord is vaak het onderwerp van een zin.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

DOET = Veb to be (zijn)
Tegenwoordige tijd (present simple) zijn er drie vormen: 


EN
NL
am
ben
is
is
are
zijn

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Lesson goals...
I understand the structure of a basic English positive, negative and question sentence.

I can write a correct English sentence.

Slide 11 - Slide