What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Toets overbrengingen en hefbomen
Overbrengingen
1 / 41
next
Slide 1:
Slide
Techniek
Middelbare school
mavo, havo
Leerjaar 1
This lesson contains
41 slides
, with
interactive quizzes
and
text slide
.
Lesson duration is:
30 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Overbrengingen
Slide 1 - Slide
Als de overbrenging door een snaar, riem of ketting wordt overgebracht, spreek je van een
A
Indirecte overbrenging
B
directe overbrenging
C
aandrijfwiel en volgwiel
D
Translatie en rotatie
Slide 2 - Quiz
Een garagekrik kan beter niet pneu-matisch werken want
A
lucht is samenpersbaar en dat is gevaarlijk
B
lucht kan ontploffen en dat is gevaarlijk
C
lucht kan ontsnappen en dat is gevaarlijk
D
een garagekrik op lucht kan prima
Slide 3 - Quiz
met overbrengingen kun je
( 1 ) en de ( 2 ) veranderen.
A
1 Rotatie, 2 Translatie
B
1 Translatie en 2 Rotatie
C
1 Draairichting en 2 de draaisnelheid
D
1 het volgwiel en 2 het aandrijfwiel
Slide 4 - Quiz
Overbrengingen waarbij de wielen tegen elkaar zitten, noem je een
A
directe overbrenging
B
translatie overbrenging
C
rotatie overbrenging
D
indirecte overbrenging
Slide 5 - Quiz
Welke pijl hoort bij je volgwiel?
Volgwiel
1
2
A
1
B
2
Slide 6 - Quiz
Welke pijl hoort bij je volgwiel?
Volgwiel
1
2
A
1
B
2
Slide 7 - Quiz
Welke pijl hoort bij je volgwiel?
Volgwiel
1
2
A
1
B
2
Slide 8 - Quiz
Draait het volgwiel sneller, langzamer, of even langzaam?
A
sneller
B
langzamer
C
even langzaam
Slide 9 - Quiz
Is er een directe of indirecte verbinding tussen aandrijfwiel en volgwiel?
A
direct
B
indirect
Slide 10 - Quiz
Heeft deze boor een directe of indirecte verbinding tussen boor en aandrijfwiel?
A
direct
B
indirect
Slide 11 - Quiz
Is er een directe of indirecte verbinding tussen aandrijfwiel en volgwiel?
A
direct
B
indirect
Slide 12 - Quiz
Dit tandwiel heet een:
A
Rondsel
B
Kegel-tandwiel
C
worm
D
Tandheugel
Slide 13 - Quiz
Als het tandwiel in de richting van de pijl beweegt, welke kant draait het volgwiel dan op?
A
B
A
A
B
B
Slide 14 - Quiz
Welk tandwiel draait sneller?
A
B
A
oranje
B
groen
C
even snel
Slide 15 - Quiz
Wat is de overbrengings-
verhouding?
Aandrijfwiel
A
3:1
B
1:3
C
3
D
300
Slide 16 - Quiz
Wat is de overbrengings-
verhouding?
Aandrijfwiel
A
20/40
B
40/20
C
2
D
800
Slide 17 - Quiz
Welk tandwiel draait sneller?
A
B
C
A
oranje
B
groen
C
Grijs
D
even snel
Slide 18 - Quiz
Welk tandwiel draait sneller?
1
2
A
1
B
2
C
even snel
Slide 19 - Quiz
Welk tandwiel draait het langzaamst?
A
B
C
A
A
B
B
C
allen even snel
D
A + C
Slide 20 - Quiz
Als het kleine wiel draait, draait het grootste wiel
A
sneller
B
langzamer
C
niet
Slide 21 - Quiz
Overbrengingsverhouding:
Aantal tandjes (1) / aantal tandjes (2)
A
1 Tandheugel, 2 kruk
B
1 Rotatie 2 translatie
C
1 volgwiel 2 aandrijfwiel
D
1 Drijfstang 2 tandheugel
Slide 22 - Quiz
Een draaiende beweging is een
A
Translatie
B
overbrenging
C
wiel
D
rotatie
Slide 23 - Quiz
Een rechtlijnige beweging
A
is een uniforme beweging
B
is een translatie
C
gaat altijd op en neer
D
heeft altijd dezelfde draairichting
Slide 24 - Quiz
Hoe noem je deze overbrenging?
aandrijfas
A
rotatie naar rotatie
B
rotatie naar translatie
C
translatie naar rotatie
D
translatie naar translatie
Slide 25 - Quiz
Hoe noem je deze overbrenging? (papier en naald)
A
rotatie naar rotatie
B
rotatie naar translatie
C
Translatie naar rotatie
D
translatie naar translatie
Slide 26 - Quiz
Hoe noem je deze overbrenging?
A
tandheugel
B
rondsel
C
worm
D
kruk
Slide 27 - Quiz
Hoe noem je de groene overbrenging?
A
tandheugel
B
rondsel
C
worm
D
kruk
Slide 28 - Quiz
Het bewegen van de bekken heet
A
rotatie
B
translatie
Slide 29 - Quiz
Nummer 3 is een
A
nokkenwiel
B
windas
C
drijfstang
D
kruk
Slide 30 - Quiz
Nummer C is een
C-
A
nokkenwiel
B
windas
C
drijfstang
D
kruk
Slide 31 - Quiz
Letter is een
Z
Z
A
nokkenwiel
B
windas
C
drijfstang
D
kruk
Slide 32 - Quiz
Hoe noem je deze overbrenging?
A
rotatie naar rotatie
B
rotatie naar translatie
C
translatie naar rotatie
D
translatie naar translatie
Slide 33 - Quiz
Hoe noem je deze overbrenging?
A
rotatie naar rotatie
B
rotatie naar translatie
C
translatie naar rotatie
D
translatie naar translatie
Slide 34 - Quiz
Hoe noem je deze overbrenging?
A
rotatie naar rotatie
B
rotatie naar translatie
C
translatie naar rotatie
D
translatie naar translatie
Slide 35 - Quiz
Hoe noem je deze overbrenging?
A
rotatie naar rotatie
B
rotatie naar translatie
C
translatie naar rotatie
D
translatie naar translatie
Slide 36 - Quiz
Bij overbrengingen van translatie naar translatie maak je vaak gebruik van
A
windas en drijfstang
B
touwen, kabels en katrollen, hefbomen
C
tandwielen, tandheugel en rondsel
D
nokkenwielen en krukassen
Slide 37 - Quiz
Hoeveel keer zo sterk maakt deze takel je?
A
1x
B
2x
C
3x
D
4x
Slide 38 - Quiz
Met hydrauliek breng je kracht over met behulp van
A
lucht
B
een hefboom
C
een lier
D
olie
Slide 39 - Quiz
Dit is een
A
indirecte overbrenging
B
directe overbrenging
C
onwaarschijnlijke overbrenging
D
onwaarschijnlijke situatie
Slide 40 - Quiz
Dit is een
A
translatie
B
rotatie
C
pneumatische overbrenging
D
hydraulische overbrenging
Slide 41 - Quiz
More lessons like this
SO hfdstk 4.1 t/m 4.5
November 2018
- Lesson with
43 slides
Techniek
Middelbare school
mavo, havo
Leerjaar 1
Overbrengingen les 2
November 2022
- Lesson with
24 slides
Techniek
Middelbare school
mavo, havo, vwo
Leerjaar 1
riem en ketting aandrijving
February 2024
- Lesson with
14 slides
Techniek
Middelbare school
mavo, havo, vwo
Leerjaar 1
Oefen SO hfdstk 4
February 2020
- Lesson with
21 slides
Techniek
Middelbare school
mavo, havo
Leerjaar 1
Les 3: Tandwielen en ketting
April 2023
- Lesson with
21 slides
Techniek
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1,2
§3 overbrengingen Quinten
October 2021
- Lesson with
20 slides
nask
Middelbare school
vwo
Leerjaar 1
Overbrengingen les 1
March 2023
- Lesson with
35 slides
Techniek
Middelbare school
mavo, havo
Leerjaar 1
5.1 Van rond naar rond
March 2022
- Lesson with
21 slides
Nask / Techniek
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2