formative luisteren quiz signaalwoorden

Unit 
Nederland waterland
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 6

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Unit 
Nederland waterland

Slide 1 - Slide

Wat doen we vandaag?
opdracht mondelinge presentatie Liniepad Abcoude

formative luisteren

quiz signaalwoorden

oefening signaalwoorden afmaken en inleveren

Slide 2 - Slide

Luisteroefening podcast
Kunnen de dijken echt breken?
We luisteren twee keer. Beantwoord de vragen in het google doc. 

https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSczZa2QVTwuBjL1UTq0b0RmZH5SfhfgWXOh9weJA6SfOMaNwg/viewform?vc=0&c=0&w=1&flr=0

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

quiz signaalwoorden

Slide 5 - Slide

Doordat de trein was vertraagd, kwam ik te laat op school.

'Doordat' is het signaalwoord voor ......
A
Oorzaak-gevolg
B
opsomming
C
voorbeeld

Slide 6 - Quiz

Signaalwoorden:
'eerst, daarna, vervolgens'
horen bij:
A
Opsomming
B
Tegenstellend
C
voorwaarde

Slide 7 - Quiz

Signaalwoorden voor tijdsvolgorde
zijn:
A
vanwege,
B
toen, maar, omdat
C
eerst, daarna, nadat

Slide 8 - Quiz


Bij welk verband passen de signaalwoorden: als, indien, mits, tenzij, op voorwaarde dat
A
Doel en middel
B
Voorwaarde
C
Voorbeeld
D
Tegenstelling

Slide 9 - Quiz

Wat zijn signaalwoorden van voorbeeld?
A
dus, kortom
B
zoals, zo, ter, hiervan
C
omdat, daarom, namelijk
D
ten

Slide 10 - Quiz

4. Van welk tekstverband zijn 'als' en 'indien' signaalwoorden?
A
voorwaarde
B
conclusie
C
tijdvolgorde
D
tegenstelling

Slide 11 - Quiz

Bij welk verband horen de signaalwoorden: maar, echter, toch, hoewel, daarentegen?
A
voorbeeld
B
oorzaak-gevolg
C
tegenstelling

Slide 12 - Quiz

signaalwoorden oorzaak-gevolg zijn:
A
maar, echter
B
doordat, daardoor, als gevolg van
C
ten eerste, verder, ook

Slide 13 - Quiz

Signaalwoorden tegenstelling zijn:
A
verder, ten slotte, en
B
kortom, dus
C
tegenover, hoewel, echter

Slide 14 - Quiz

Wat zijn de signaalwoorden in de zin?
Allereerst moet Dani nog eten.
A
Dani
B
nog
C
allereerst
D
moet

Slide 15 - Quiz

Vul het ontbrekende signaalwoord in.

Op vakantie lopen mensen vaak ziektes op,
........ malaria en het zika-virus.
A
zoals
B
dus
C
maar
D
en

Slide 16 - Quiz

Vul het ontbrekende signaalwoord in.

Ik wil graag een nieuwe fiets kopen,
........ dit kan niet want ik heb geen geld.
A
zoals
B
dus
C
maar
D
en

Slide 17 - Quiz

Signaalwoord
Geen signaalwoord
 
   ook

   aan

  word

   zo

  door

  slecht

Slide 18 - Drag question

Tekstverband = voorbeeld/toelichting
Tekstverband = opsomming
Tekstverband = tegenstelling
 
   ook

  bijvoorbeeld

    zo

    maar

Slide 19 - Drag question

Signaalwoorden oefening afmaken

Slide 21 - Slide