Hst 6.2 Stroomkringen

6.2 Stroomkringen
1 / 22
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with text slides.

Items in this lesson

6.2 Stroomkringen

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
Je kunt aan het einde van de les:
  • het verschil tussen geleiders en isolatoren noemen;
  • voorbeelden van geleiders en isolatoren noemen;
  • op microschaal uitleggen waarom de ene stof geleidt en de andere niet;
  • nagaan of een stroomkring gesloten is;
  • een schakelschema tekenen;
  • ampère en milliampère in elkaar omrekenen.








Slide 2 - Slide

Spanning en Stroomsterkte 
Spanning (U) 
De energie die in de zakjes zitten van de appjes.
Meten we in Volt (V)

Slide 3 - Slide

Batterijen schakelen
  • Een batterij levert spanning 
  • Vaak heb je meer dan 1 batterij nodig om aan de juiste spanning te komen. 
  • Hoe bepaal je dan die spanning?

Slide 4 - Slide

Batterij in serie
  •  Er is maar 1 route van plus naar min
  • En in die ene route zitten alle batterijen geschakeld
  • Van plus naar min!

Slide 5 - Slide

Parallel
  •  Meerde stroomkringen (routes van + naar -)
  • In dit voorbeeld elke stroomkring eigen batterij
  • Dus NIET voltages bij elkaar optellen, maar overal gelijk

Slide 6 - Slide

Opdracht 9

Slide 7 - Slide

Spanning en Stroomsterkte 
Stroomsterkte (I)
de hoeveelheid aapjes die per seconde een punt in de stroomkring passeren.
Meten we in Ampère (A)
Spanning (U)
De energie die in de zakjes zitten van de appjes.
Meten we in Volt (V)

Slide 8 - Slide

Elektrische lading (aapjes)
  • Elektriciteit = beweging van elektronen
  • Elektronen zijn deeltjes in atomen
  • Atomen streven naar evenwicht van (+) en (-) lading.
  • Positieve en negatieve deeltjes gedragen zich als magneten

Slide 9 - Slide

Ampère meter

Slide 10 - Slide

Ampère omrekenen

Slide 11 - Slide

Capaciteit
  • Capaciteit = hoe lang een accu een bepaalde energie kan leveren




Stroomsterkte in A of mA
Tijd in h
Capaciteit in Ah of mAh 

Slide 12 - Slide

Capaciteit
  • Capaciteit = stroomsterkte x tijd 
  • tijd = capaciteit : stroomsterkte
  • stroomsterkte = capaciteit : tijd




Stroomsterkte in A
Tijd in h
Capaciteit in Ah

Slide 13 - Slide

Omrekenen
200 mA = .........................A
3,4 A = .............................mA

67 A = ..............................mA
7800 mA = .......................A

Slide 14 - Slide

Wanneer loopt ergens stroom?
  1. Als de stroomkring gesloten is.
  2. Als er spanning over staat. (Komt natuurlijk uit een spanningsbron)
  3. Als de stof elektriciteit kan geleiden


Slide 15 - Slide

Wat zijn geleiders of isolatoren?
Geleider:
- Stroom gaat er makkelijk doorheen
- Lage weerstand

Isolator:
- Stroom wordt veel tegengehouden
- Hoge weerstand
IJzer
Koper
Aluminium
Koolstof
Rubber
Steen
Glas
Kunststof

Slide 16 - Slide

Opdrachten maken
Weektaak:
Waar? Bladzijde 199 t/m 203
Wat? 16 t/m 21
Hoe? In je werkboek
Klaar? Nakijken
timer
10:00

Slide 17 - Slide

Schakelschema tekenen

Slide 18 - Slide

Regels schakeling tekenen 
Werk altijd met potlood en liniaal
Teken de symbolen juist en niet op een hoek
Draden tekenen we alleen horizontaal of verticaal
Het schakelschema moet zo overzichtelijk mogelijk zijn


Afstanden in het schakelschema zeggen niets over de werkelijke afstanden
Posities in het schakelschema zeggen niets over de werkelijke posities

Slide 19 - Slide

Voorbeeld schakelschema

Slide 20 - Slide

Oefenen

Slide 21 - Slide

Opdrachten maken
Weektaak
Waar? Bladzijde 199 t/m 203
Wat? 15 t/m 28
Hoe? In je werkboek
Klaar? Nakijken

Slide 22 - Slide