Hoofdstuk 4 - paragraaf 4.3 - deel 3

1 / 10
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Doel

Je weet ook wat verwijswoorden zijn.

Slide 2 - Slide

Welk begrip hoort bij:

Wat is het doel van de schrijver met deze tekst?
A
informeren
B
amuseren
C
tekstdoel
D
tekstbegrip

Slide 3 - Quiz

Wat wil de schrijver met het tekstdoel:

informeren
A
de lezer informatie geven
B
de lezer vermaken
C
de lezer aan het denken zetten

Slide 4 - Quiz

Wat wil de schrijver met het tekstdoel:

amuseren
A
de lezer informatie geven
B
de lezer vermaken
C
de lezer aan het denken zetten

Slide 5 - Quiz

Wat zijn voorbeelden van het tekstdoel amuseren
A
leesboek - stripverhaal
B
nieuwsbericht - handleiding

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

Verwijswoorden verwijzen naar iets wat al in de tekst genoemd is.
Onze hond loopt mank, maar hij is ook al oud.
Wat is het verwijswoord?
A
hij
B
is
C
al
D
hond

Slide 8 - Quiz

Een verwijswoord kan verwijzen naar:
A
één woord
B
een paar woorden
C
antwoord A, B en D zijn goed
D
een hele zin

Slide 9 - Quiz

Maken

Opdracht 10-11-12

Slide 10 - Slide