V2 Clase 1 periodo 4

1 / 19
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 19 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

¿Qué tal 'la semana del mundo'?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Programa y objetivos
Ik ken en begrijp alle onderwerpen van de formatieve leerdoelentoets van volgende week woensdag :-)

Slide 3 - Slide

Formatieve leerdoelentoets H5 + 6
1) alle woordjes van beide hoofdstukken
2) ser, estar, hay
3) plaatsbepalingen
4) alle nieuwe werkwoorden (inclusief ir en + vervoermiddelen)
Let op! bouwsteen gebiedende wijs (el imperativo) zit er niet in! 

Slide 4 - Slide

¡Somos expertos!
Paso 1 (stap 1): groepjes maken
Maak groepjes van 4 leerlingen.

Verdeel het groepje in twee tweetallen.
Elk tweetal krijgt één thema om te bestuderen en visueel uit te werken met een mini poster.

Slide 5 - Slide

Tweetal A:
Thema: Ser, estar, hay + plaatsbepalingen

- Gebruik je leerdoelenboekje en je aantekeningen om de regels weer duidelijk op orde te krijgen. 
- Denk aan verschillen tussen ser/estar/hay en geeft voorbeelden die dit duidelijk laten zien.

Tweetal B:
Thema: Nieuwe werkwoorden (inclusief "ir en + vervoermiddelen")
 De gebiedende wijs (el imperativo) zit er niet bij.
Werkwoordenlijst:
abrir, apagar, aprender, ayudar, cerrar [ie], cortar, dar, decir, dormir [ue], escribir, hacer, ir, jugar [ue], limpiar, necesitar, pegar, poner, tomar, venir

 Vergeet "ir en + vervoermiddelen" niet (ir en coche, ir en tren, etc.) Maak onderscheid tussen regelmatig en onregelmatige werkwoorden.


Slide 6 - Slide

¡A trabajar!
- Maak een poster of visueel overzicht van jullie thema.
Dit mag op papier of digitaal in ptt. 

- Gebruik kleuren, pijlen, voorbeelden, pictogrammen.

- Zorg dat het leerzaam is voor klasgenoten: definities, voorbeeldzinnen, uitleg van lastige punten.

Jullie krijgen 15 minuten voor de voorbereiding.


Slide 7 - Slide

Presentatie en uitwisseling
Na de voorbereiding vormen de tweetallen weer een groepje van 4. 

Elk tweetal legt in 3-5 minuten hun thema uit aan de anderen.

Iedereen maakt aantekeningen tijdens de uitleg van de anderen.


Slide 8 - Slide

Exit point! 
¿Comprendes todo?
Pak een wisbordje en geef antwoord op de volgende vragen...

Slide 9 - Slide

Vertaal: 
Ik ga naar de bibliotheek met de bus. 

Slide 10 - Slide

Kies het juiste werkwoord: ser / estar / hay
Vul in: En la cocina ___ una silla.

Slide 11 - Slide

Schrijf de juiste vorm van ser of estar voor:
Mi casa ___ cerca del instituto.



Slide 12 - Slide

Conjuga el verbo “dormir” en las formas yo, nosotros y ustedes

Slide 13 - Slide

Vertaal: “De bank is tussen de tafel en de kast.”

Slide 14 - Slide

Vul in met de juiste vorm van ir:
“Nosotros ___ al cine.”

Slide 15 - Slide

Conjuga el verbo “hacer” en la formas yo y tú


Slide 16 - Slide

Vul in met de juiste vorm van ser of estar:
“Las llaves ___ encima del escritorio.

Slide 17 - Slide

“De tuin is achter het huis.”
¿Cómo se dice en español?

Slide 18 - Slide

Estudia el vocabulario en Quizlet

Slide 19 - Slide