De mondelingen worden ingepland tijdens de toetsweek en de mondelingenweek (dat is de week na de toetsweek).
Vijf minuten voor je je mondeling hebt, ben je aanwezig voor het lokaal.
Het gesprek wordt opgenomen, dit om eens terug te luisteren waar nodig.
Je mondeling duurt zo’n 20 minuten.
Het mondeling telt voor 20% mee.
Het mondeling gaat over alle boeken uit klas 4 en 5.
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Het mondeling: gang van zaken
Bespreek literaire begrippen aan de hand van de gelezen boeken. (5 minuten)
Benoem overeenkomsten en verschillen binnen je lijst waarbij je ingaat op de inhoud van de verhalen. (3 minuten)
Beantwoord inhoudsvragen over de gelezen boeken. (3 minuten)
Beargumenteer welk boek van jouw lijst je het mooist vindt en/of welk boek jij het minst vindt, dit doe met behulp van voorbeelden uit het boek. (3 minuten)
Beschrijf je leesontwikkeling van begin havo 4 tot aan nu, waarbij je in ieder geval in gaat op de onderdelen genre en niveau (2 minuten)
Slide 6 - Slide
Het mondeling: literaire begrippen (5 min)
Pak blind 3 begrippenkaartjes met literaire begrippen.
De docent mag ook één kaartje pakken.
Bespreek de begrippen van de kaartjes aan de hand van de gelezen boeken. Kies zelf een boek om één van de begrippen te bespreken. De docent koppelt de overige begrippen aan een boek.
De volgende begrippen staan op de kaartjes: Titelverklaring en motto / Personages: hoofd- en bijfiguren / Gebeuren: plot/sleutelscène, verhaalstructuur, chronologisch / Tijd en ruimte: vertelde tijd, verteltijd, ruimte, tijd / Vertelperspectief: ik-verteller, belevend of vertellend, hij/zij-perspectief, alwetende of auctoriale verteller / Spanning: flashback, flashforward / Thema en motieven / Eind: gesloten of open eind / Fictie of non-fictie / Autobiografisch / Auteur
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Het mondeling: dooddoeners
'Ik heb dit boek heel lang geleden gelezen.'
Hele lange samenvattingen geven (vooral als ik daar niet naar vraag).
Geen voorbeelden geven bij wat je zegt.
Slide 9 - Slide
Aan de slag!
Ga in je leesboek lezen of ga het schema vast invullen.