H12 t/m H14

Wat is het doel van een opsporingsfouillering?
A
Veiligheid.
B
Achterhalen identiteit.
C
Waarheidsvinding.
1 / 19
next
Slide 1: Quiz
BOAMBOStudiejaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Wat is het doel van een opsporingsfouillering?
A
Veiligheid.
B
Achterhalen identiteit.
C
Waarheidsvinding.

Slide 1 - Quiz

Om een opsporingsfouillering uit te kunnen voeren moet er sprake zijn van:
A
Aangehouden of staande gehouden verdachte.
B
Aangehouden verdachte en ernstige bezwaren.
C
De verdachte, ook al is deze niet aangehouden of staande gehouden.
D
Aangehouden of staande gehouden verdachte en ernstige bezwaren.

Slide 2 - Quiz

Op wiens bevel mag een onderzoek aan en in kleding worden uitgevoerd ter opsporing?
A
(H)OvJ
B
OvJ
C
Rechter-commissaris.
D
De bevoegde opsporingsambtenaar zelf.

Slide 3 - Quiz

Op wiens bevel mag een onderzoek in het lichaam worden uitgevoerd ter opsporing?
A
(H)OvJ.
B
OvJ.
C
Rechter-commissaris.
D
De bevoegde opsporingsambtenaar zelf.

Slide 4 - Quiz

Als een BOA een verdachte aan zijn kleding wil onderzoeken ter opsporing, is hij hiertoe bevoegd als hij een bevoegdheid heeft voor het strafbare feit waarvoor hij de verdachte heeft aangehouden en er ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte.
A
Juist.
B
Onjuist.

Slide 5 - Quiz

Om een identiteitsfouillering uit te kunnen voeren moet er sprake zijn van:
A
Aangehouden of staande gehouden verdachte.
B
Aangehouden verdachte en ernstige bezwaren.
C
De verdachte, ook al is deze niet aangehouden of staande gehouden.
D
Aangehouden of staande gehouden verdachte en ernstige bezwaren.

Slide 6 - Quiz

De identiteitsfouillering omvat ook het onderzoek aan de meegevoerde bagage.
A
Juist.
B
Onjuist.

Slide 7 - Quiz

Jan heeft de auto van Piet geleend. Wat is Jan volgens het burgerlijk wetboek?
A
Eigenaar.
B
Bezitter.
C
Houder.

Slide 8 - Quiz

In het Wetboek van Strafvordering staat dat iets alleen in beslag kan worden genomen als dit vatbaar is voor in beslagneming. Wat wordt hiermee bedoeld?
A
Het goed moet zichtbaar mee worden gedragen.
B
Er moet een bepaald strafvorderlijk doel zijn om in beslag te nemen.

Slide 9 - Quiz

Iets wordt in beslag genomen of gehouden met als doel het verzamelen van bewijs. Van welke vatbaarheid voor in beslagneming (doel) is hier sprake?
A
Het goed kan de waarheid aan het licht brengen.
B
Het goed kan worden onttrokken aan het verkeer.
C
Het goed kan wederrechtelijk verkregen voordeel aantonen.
D
Het goed komt in aanmerking om verbeurd verklaard te worden.

Slide 10 - Quiz

Iets wordt in beslag genomen of gehouden met als doel het eigendom door een rechter over te dragen aan de overheid. Van welke vatbaarheid voor in beslagneming (doel) is hier sprake?
A
Het goed kan de waarheid aan het licht brengen.
B
Het goed kan worden onttrokken aan het verkeer.
C
Het goed kan wederrechtelijk verkregen voordeel aantonen.
D
Het goed komt in aanmerking om verbeurd verklaard te worden.

Slide 11 - Quiz

Het vorderen van uitlevering van een voor in beslagneming vatbaar voorwerp kan door de bevoegde opsporingsambtenaar bij iedereen gedaan worden. Zij zijn dan ook verplicht dit voorwerp aan deze opsporingsambtenaar uit te leveren.
A
Juist.
B
Onjuist.

Slide 12 - Quiz

Wie is bevoegd tot het doorzoeken van een woning ter inbeslagneming?
A
Alleen de (H)OvJ.
B
De bevoegde opsporingsambtenaar.
C
De bevoegde opsporingsambtenaar op machtiging van de OvJ
D
De RC

Slide 13 - Quiz

Wie is bevoegd tot het doorzoeken van vervoermiddel ter inbeslagneming?
A
Alleen de (H)OvJ.
B
De bevoegde opsporingsambtenaar.
C
De bevoegde opsporingsambtenaar op machtiging van de OvJ

Slide 14 - Quiz

Kan een doorzoeking ter aanhouding buiten heterdaad plaatsvinden?
A
Ja, dat kan.
B
Ja, als er een verdenking van een misdrijf is met een maximale straf van 4 jaar of hoger
C
Nee, dit mag alleen op heterdaad.

Slide 15 - Quiz

Politie en justitie willen een bedrijfspand gaan doorzoeken ter inbeslagneming. Aan welke van de onderstaande voorwaarden moet in ieder geval worden voldaan om deze doorzoeking uit te kunnen voeren?
A
Machtiging OvJ, verdenking VH-feit.
B
Redelijk vermoeden aanwezigheid van voor inbeslagneming vatbare goederen, verdenking VH-feit.
C
Machtiging OvJ, verdenking 67 lid 1 VH-feit.
D
Redelijk vermoeden aanwezigheid van voor inbeslagneming vatbare goederen, verdenking 67 lid 1 VH-feit.

Slide 16 - Quiz

Een politieagent wil de bestuurderscabine van een internationaal rijdende vrachtauto doorzoeken omdat hij het vermoeden heeft dat hier gegevensdragers aanwezig zijn die betrekking hebben op een reeks eerder gepleegde inbraken. Wat kan de politieagent nu doen?
A
De doorzoeking uitvoeren, hij heeft met betrekking tot voertuigen namelijk een zelfstandige bevoegdheid.
B
De doorzoeking uitvoeren nadat hij hiervoor een machtiging heeft van de OvJ.
C
De zaak bevriezen.

Slide 17 - Quiz

Wat is waar als het gaat over de bevoegdheid voor het doorzoeken van een kantoorpand ter aanhouding?
A
Hiervoor is in de regel een machtiging van de OvJ nodig.
B
Hiervoor is in de regel een machtiging van de (H)OvJ nodig.
C
Hiervoor is in de regel geen machtiging nodig aangezien het niet om een woning gaat.

Slide 18 - Quiz

De politie wil een woning van een verdachte doorzoeken ter aanhouding in verband met een verdenking van meerdere diefstallen. Deze verdachte is een bekende van de politie en het is bekend dat hij zich vaak probeert te onttrekken aan zijn aanhouding door zich te verstoppen.
Wat hebben de agenten nu nodig?
A
Een schriftelijke machtiging binnentreden en een machtiging doorzoeken ter aanhouding.
B
Een machtiging doorzoeken ter aanhouding.
C
Een schriftelijke machtiging binnentreden. De machtiging doorzoeken is in dit geval niet nodig.

Slide 19 - Quiz