Periode 2, week 3: Bevorderen van het slaap-waakritme
Bevorderen van het slaap-waakritme
1 / 11
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1
This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Bevorderen van het slaap-waakritme
Slide 1 - Slide
This item has no instructions
Doelstellingen
Je kunt samenvatten welke voorwaarden er zijn voor een goede slaap van een zorgvrager.
Je kunt benoemen welke adviezen je een zorgvrager geeft wanneer hij slecht en/ of onregelmatig slaap heeft.
Je kunt uitleggen wat voor een zorgvrager de gevolgen kunnen zijn van slecht en/of onregelmatig slapen.
Slide 2 - Slide
This item has no instructions
De slaapbehoefte per leeftijd. Wat valt je op?
Slide 3 - Slide
De behoefte aan slaap verschilt per persoon. Zo speelt de 'biologische klok' een rol in de behoefte aan slaap en activiteit. Sommige mensen zijn zeer gevoelig voor de wisseling van de seizoenen: ze hebben bijvoorbeeld in de lente minder behoefte aan slaap dan in de herfst. Kinderen hebben er soms last van als in het voorjaar de klok verzet wordt van wintertijd naar zomertijd. Hun biologisch ritme kan verstoord raken, waardoor ze onvoldoende slaap krijgen. Ook leeftijd speelt een belangrijke rol. Er wordt vaak gezegd dat ouderen minder slaap nodig hebben. Dit klopt niet. Ouderen hebben in totaal net zoveel slaap nodig als andere volwassenen. Maar bij ouderen neemt de slaapbehoefte overdag toe, in de vorm van 'dutjes'. Hierdoor slapen ze 's nachts vaak geen aaneengesloten periode van 7 à 8 uur.
Slide 4 - Video
This item has no instructions
Slaapgewoonten
Het slaappatroon is bij ieder mens anders: iedereen heeft zijn eigen slaapgewoonten.
Mensen gaan bijvoorbeeld op een bepaalde manier in bed liggen. Als deze houding (door ziekte of een andere oorzaak) niet mogelijk is, moet dat wennen: de eerste paar nachten zal het slapen niet zo goed gaan.
Slide 5 - Slide
This item has no instructions
Slide 6 - Video
This item has no instructions
Voorwaarden voor een goede slaap
Wat iemand nodig heeft voor een goede slaap, is grotendeels persoonlijk. Iedere zorgvrager heeft zijn eigen gewoonten en wensen rondom slapen.
Slide 7 - Slide
This item has no instructions
Benoem verpleegkundige interventies om de slaap te bevorderen bij de zorgvrager
Slide 8 - Mind map
Een aantal andere adviezen aan slechte slapers:
Beweging en frisse lucht voor het slapengaan bevorderen de slaap.
Vermijd psychische spanningen, probeer al voor het naar bed te ontspannen.
Lees even voor het slapengaan, dat verzet de gedachten en vergemakkelijkt het inslapen.
Drink een glas warme melk voor het slapengaan; in melk zitten stoffen die het inslapen vergemakkelijken.
Neem een warm bad voor het slapengaan.
Zorg voor een koel glas water binnen handbereik. Dat is vooral prettig voor zorgvragers die last hebben van hoesten.
Wat is een groot gevaar van slaapmedicatie?
A
Te lang slapen
B
niet meer slapen
C
Valgevaar
D
Concentratieproblemen
Slide 9 - Quiz
This item has no instructions
Slaapcyclus
Eerste fase: Doezelen
Tweede fase: Lichte slaap
Derde fase: Diepe slaap
Vierde fase: DiepSTE slaap
Vijfde fase: Rem-Slaap. (dromen)
Slide 10 - Slide
De eerste fase: doezelen. Deze fase duurt bij de meeste mensen drie of vier minuten. Er is het gevoel in slaap te vallen, zonder dat echt bewust te zijn. De ogen beginnen langzaam te draaien en de hersenactiviteit is heel laag. De eerste fase wordt tot de slaap gerekend, maar mensen die wakker gemaakt worden in de eerste fase kunnen denken dat ze niet geslapen hebben. Voor sommige mensen is het lastig om opnieuw in te slapen als ze tijdens deze fase plotseling wakker zijn geworden, bijvoorbeeld door omgevingslawaai.
De tweede fase: lichte slaap. Als iemand in de fase verkeert kan hij nog gemakkelijk wakker worden van bijvoorbeeld geluiden op straat of in huis. Deze fase duurt ongeveer een halfuur. Het is de fase waarvan men zegt dat daarin het eerste 'echte' slaapstadium plaatsvindt. Flarden van gedachten kunnen actief zijn in de hersenen. De spieren verslappen nog meer. De slaper is na een tijdje moeilijk wakker te krijgen.
De derde fase: diepe slaap. In deze fase zijn de spieren helemaal ontspannen. Het hartritme (en dus ook de bloeddruk) daalt, de ademhaling is regelmatig en ook de lichaamstemperatuur daalt. Deze slaap wordt ook wel sws (slow-wave-slaap) genoemd, omdat de hersengolven heel langzaam worden. In de sws rust iemand het meest uit.
De vierde fase: diepste slaap. In deze fase vinden eveneens 'slow waves' plaats. Om deze reden wordt ook de vierde fase sws genoemd. In deze fase is het moeilijk om iemand wakker te krijgen. Als de persoon toch wakker gemaakt wordt, kan hij verward en gedesoriënteerd zijn. De sws (derde en vierde fase samen) duurt ongeveer een uur.
De vijfde fase: remslaap (dromen). Rem staat voor rapid eye movements, ofwel snelle oogbewegingen. Aan de oogleden is te zien dat iemand zich in de remslaap bevindt. In deze fase vertonen de hersenen net zoveel activiteit als overdag. Het lijkt haast of er geen sprake is van slaap. Het tegendeel is het geval: de slaper is aan het dromen. In de remfase kan iemand gemakkelijk wakker gemaakt worden.