F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
“Gaat het goed met de economie?”

Dat meten we met het bruto binnenlands product (bbp).
De trendmatige ontwikkeling van het bbp is rond de 
2,3% per jaar.




Trendmatige ontwikkeling: 
Verwachte gemiddelde economische groei, op basis van historische trends en economische verwachtingen.

1 / 15
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 15 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
“Gaat het goed met de economie?”

Dat meten we met het bruto binnenlands product (bbp).
De trendmatige ontwikkeling van het bbp is rond de 
2,3% per jaar.




Trendmatige ontwikkeling: 
Verwachte gemiddelde economische groei, op basis van historische trends en economische verwachtingen.

Slide 1 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Het bbp groeit niet altijd even hard; de conjunctuur 
schommelt om de trendmatige ontwikkeling heen:

Conjunctuurbeweging: 
De veranderingen in de productiegroei van de economie.

Slide 2 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Het bbp groeit niet altijd even hard; de conjunctuur 
schommelt om de trendmatige ontwikkeling heen:

  • Economische groei < trend          laagconjunctuur


Conjunctuurbeweging: 
De veranderingen in de productiegroei van de economie.
Laagconjunctuur: 
Periode waarin de economische groei lager is dan de trendmatige groei.

Slide 3 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Het bbp groeit niet altijd even hard; de conjunctuur 
schommelt om de trendmatige ontwikkeling heen:

  • Economische groei < trend          laagconjunctuur
  • Economische groei > trend          hoogconjunctuur


Conjunctuurbeweging: 
De veranderingen in de productiegroei van de economie.
Laagconjunctuur: 
Periode waarin de economische groei lager is dan de trendmatige groei.
Hoogconjunctuur: 
Periode waarin de economische groei hoger is dan de trendmatige groei.

Slide 4 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen

Slide 5 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Neergang       : economische groei begint af te nemen.
Recessie        : economische krimp houdt aan.
Herstel           : krimp stopt en slaat om in groei.
Opleving        : groei houdt meerdere kwartalen aan.
Overspanning: bestedingen zijn zo hoog dat de grens van de 
                        productiecapaciteit wordt bereikt.
Crisis             : groei stopt en begint af te nemen.
Recessie:
Als het bbp een halfjaar achter elkaar krimpt.


Depressie:
Een langdurige recessie die jaren kan duren.


Slide 6 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Effectieve vraag:
Totale vraag van gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland.

Slide 7 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Kenmerken van laagconjunctuur:
  1. Teruglopende effectieve vraag                 onderbesteding
Onderbesteding:
De bestedingen zijn te laag om alle productiemiddelen volledig te benutten.



Slide 8 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Kenmerken van laagconjunctuur:
  1. Teruglopende effectieve vraag                 onderbesteding
  2. Dalende bezettingsgraad
Onderbesteding:
De bestedingen zijn te laag om alle productie-middelen volledig te benutten.



Bezettingsgraad:
De mate waarin de productiecapaciteit bezet wordt.





Slide 9 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Kenmerken van laagconjunctuur:
  1. Teruglopende effectieve vraag                 onderbesteding
  2. Dalende bezettingsgraad
  3. Conjuncturele werkloosheid
Onderbesteding:
De bestedingen zijn te laag om alle productie-middelen volledig te benutten.



Bezettingsgraad:
De mate waarin de productiecapaciteit bezet wordt.





Conjuncturele werkloosheid:
Werkloosheid die ontstaat door terugvallende bestedingen.




Slide 10 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Kenmerken van hoogconjunctuur:
  1. Toenemende effectieve vraag                 overbesteding
Overbesteding:
De bestedingen zijn hoger dan de productiecapaciteit.




Slide 11 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Kenmerken van hoogconjunctuur:
  1. Toenemende effectieve vraag                 overbesteding
  2. Bestedingsinflatie
Overbesteding:
De bestedingen zijn hoger dan de productiecapaciteit.




Bestedingsinflatie:
Stijging van het prijspeil, veroorzaakt door overbesteding.






Slide 12 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Kenmerken van hoogconjunctuur:
  1. Toenemende effectieve vraag                 overbesteding
  2. Bestedingsinflatie
  3. Krappe arbeidsmarkt                loonstijgingen
Overbesteding:
De bestedingen zijn hoger dan de productiecapaciteit.




Bestedingsinflatie:
Stijging van het prijspeil, veroorzaakt door overbesteding.






Krappe arbeidsmarkt:
De vraag naar arbeid > aanbod van arbeid.





Slide 13 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen
Wat zijn de gevolgen voor de overheid van conjunctuur-
schommelingen?

Overheidstekort:
De inkomsten van de overheid zijn kleiner dan de uitgaven van de overheid.

Slide 14 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F1. Conjunctuur en conjuncturele verschijnselen

Slide 15 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.