les 4 Cursus 5 grammatica paragraaf 4 Nieuw Nederlands ZD samengestelde zinnen klas 2K

Welkom
Op tafel: Laptop (dicht)
leesboek

Geen: kauwgom, eten, drinken
jas en telefoon in de klas. 
timer
3:00
1 / 17
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 17 slides, with text slides.

Items in this lesson

Welkom
Op tafel: Laptop (dicht)
leesboek

Geen: kauwgom, eten, drinken
jas en telefoon in de klas. 
timer
3:00

Slide 1 - Slide

Vandaag:
- stil lezen
- praten over je boek
- uitleg
- zelfstandig werken
-evalueren

Slide 2 - Slide

stil lezen
timer
8:00

Slide 3 - Slide

Praten over je boek

Slide 4 - Slide

Lesdoel
Aan het eind van de les kan ik samengestelde zinnen herkennen. 

Slide 5 - Slide

Terugblik
We zijn de vorige lessen aan de slag gegaan met woordsoorten. Wie kan verschillende woordsoorten opnoemen?
  • werkwoorden.
  • lidwoorden.
  • zelfstandig naamwoord
  • bijvoeglijk naamwoord
  • voegwoorden

Slide 6 - Slide

Terugblik
We zijn de vorige lessen ook aan de slag gegaan met zinsdelen. Wie kan verschillende zinsdelen opnoemen?
  • persoonsvorm
  • onderwerp
  • werkwoordelijk gezegde

Slide 7 - Slide

Instructie
Welke voegwoorden weet je nog?
  • en, of, terwijl, omdat, zodat, nadat, als, toen, want, maar, dus.
Maak eens van twee korte zinnen een hele nieuwe zin en gebruik hierbij een voegwoord. 
  • Ik heb een nieuwe fiets. De fiets heeft geen zadel. 
  • Ik heb een nieuwe fiets, maar de fiets heeft geen zadel. 


Slide 8 - Slide

Instructie
In teksten kunnen losse en samengestelde zinnen staan. Samengestelde zinnen bestaan uit twee losse zinnen die aan elkaar geplakt zijn. Een samengestelde zin heeft twee persoonsvormen.
Kijk maar mee:

Slide 9 - Slide

Instructie
Losse zinnen
samengestelde zinnen
Annelies bestelt een tosti.
Bernd wil een broodje gezond.
Annelies bestelt een tosti en Bernd wil een broodje gezond.
Ik leg mijn mobiel in de woonkamer.
Ik word niet afgeleid bij het leren.
Ik leg mijn mobiel in de woonkamer, zodat ik niet word afgeleid bij het leren.
Het regent.
De wedstrijd is afgelast.
Omdat het regent, is de wedstrijd afgelast.

Slide 10 - Slide

Instructie
In een samengestelde zin staat ook een voegwoord: een woord waarmee je de zinnen aan elkaar plakt. Voegwoorden zijn bijvoorbeeld: en, terwijl, omdat, zodat, nadat, als, toen, want, maar, of, dus.
Vaak staat het voegwoord tussen de twee zinnen, maar het kan ook vooraan staan. Zoals in de voorbeeldzinnen.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Link

Toepassing
Ik heb een toets Nederlands. 
Ik heb niet goed geleerd.
  • Ik heb een toets Nederlands, maar ik heb niet goed geleerd.
Ik ben vandaag chagrijnig.
Ik ben mijn telefoon verloren.
  • Ik ben vandaag chagrijnig, omdat ik mijn telefoon verloren ben. 

Slide 13 - Slide

Toepassing
Jullie gaan via Som naar Nieuw Nederlands, jullie gaan naar paragraaf 4 - samengestelde zinnen. 
Jullie maken de opdrachten van deze paragraaf helemaal af. 

Slide 14 - Slide

Toepassing

Slide 15 - Slide

Evaluatie en huiswerk
Wat was het lesdoel van deze les?
  •    Aan het eind van de les kan ik samengestelde zinnen herkennen.                                                                                                                                                                     

Huiswerk:  Geen huiswerk als je alle opdrachten af hebt. Anders de opdrachten van paragraaf 4 afmaken. 

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide